Van 19 april tot 21 juni 2017 voerden onze West-Vlaamse collega's een archeologisch onderzoek uit in de Ieperse binnenstad, tussen de Blindeliedenstraat, Klaverstraat, Rijselstraat en Lombaardstraat. Het terrein, dat ontwikkeld wordt als woonerf, grenst aan de Ieperlee, die op die plek rond 1850 werd ingekokerd. We laten collega Marc Dewilde, erfgoedonderzoeker archeologie, even aan het woord over de resultaten.

Deze site bevindt zich net buiten de handelsnederzetting, die in de tweede helft van de 11de eeuw rond de Sint-Pieterskerk tot ontwikkeling kwam. De kerk had sinds 1127 een omwalling, die in een halve cirkel aansloot op de Ieperlee. Verder was het reeds geweten dat het Sint-Catharinagodshuis, later omgevormd tot een kapucijnenklooster, zich hier gedeeltelijk heeft bevonden.

  Situering van de opgraving (AGIV)

De opgraving bleef beperkt tot die stukken die zouden verstoord worden door de aanleg van rioleringstracés, infiltratieputten en regenwaterputten. Het vooronderzoek door Ruben Willaert bvba (7-22 oktober 2014) had aangetoond dat de resten van het Godshuis onmiddellijk onder het oppervlak zaten. Wij legden delen van dat Godshuis en de kerk bloot, én de volledige oostelijke vleugel van het latere klooster.

De stadsontwikkeling van Ieper (11-13de eeuw) (Mus 2010; bewerkt)

Het Godshuis werd gesticht in 1226-‘27 door Margaretha Medem, en was één van de oudste private hospitaalstichtingen in Vlaanderen. In 1608 werden de kapucijnen ondergebracht in het hospitaal, die het prompt volledig verbouwden tot klooster. De Franse overheersing betekende in 1786-97 echter het einde voor het klooster. Het terrein werd opgekocht door de brouwerijen de Harpe en de Kauwe. In 1866 werd op de plaats van de vroegere brouwerij de Harpe een bewaarschool opgericht. Die onderwijsfunctie zou in de loop der tijden verder behouden blijven.

Eén van de oudste constructies op de site is een vrijstaand gebouw, opgetrokken uit verschillende materialen. Voor de fundering en de buitengevel was dat ijzerzandsteen, voor de binnenmuren baksteen. Uit de afmetingen van de gebruikte baksteen kunnen we afleiden dat het om een constructie uit het derde kwart van de 13de eeuw gaat. Het gebouw bestaat uit minstens twee ruimtes, waarvan één 7 op 11,2 meter meet. De bescheiden muurdikte wijst op niet meer dan één bouwlaag.

Tussenmuur in de oudste constructie. 1. In de fundering is ijzerzandsteen en baksteenpuin verwerkt. 2. De opstand van de westmuur is volledig in ijzerzandsteen gebouwd. 3. Het bakstenen parement van de oostmuur is nog net zichtbaar. (foto: Kris Vandevorst, OE)

Zicht op de buitenkant van de zuidoostelijke hoek van de oudste constructie. 1. Bakstenen parement. 2. IJzerzandstenen buitenparement. Rechts: de uitbouw tot kloosterpand. (foto: Kris Vandevorst, OE)

We brachten ook een hoek van het kerkportaal aan het licht, uit ijzerzandsteen, uit de oudste fase. In de fundering was een dik pakket dakpannen verwerkt. Vlak ernaast troffen we een palenrij aan, vermoedelijk een onderdeel van de bouwsteigers, en dus teruggaand tot de de bouw van deze kerk. Hopelijk geeft de dendrochronologische analyse uitsluitsel over de aanvang van deze fase.

Een hoek van de kerk. 1. IJzerzandstenen westmuur; dakpannen verwerkt in de fundering; houten (steiger?)paal ertegen. 2.Noordmuur 3. Bakstenen (portaal?)uitbouw (foto: Kris Vandevorst, OE)

In het begin van de 17de eeuw was er sprake van een ingrijpende verbouwing, waarbij de vrijstaande panden van het Godshuis onderdeel werden van een gesloten bebouwing. Rond een vermoedelijk vierkante pandtuin werden vier kloostervleugels en de kerk gegroepeerd. Het oudere gebouw werd toen in de oostelijke vleugel verwerkt. Die vleugel had vermoedelijk een woonfunctie. In de westmuur was immers een latrinekoker uitgespaard. Dit toont aan dat er toen een verdieping was, waarop zich naar alle waarschijnlijkheid de slaapzaal bevond. Het gelijkvloers beschikte over een houten riolering, gemaakt van 3,54 meter lange buizen die in elkaar schoven.

Zicht op de binnenkant van de zuidoostelijke hoek van de oudste constructie, met bakstenen binnenparement. Bovenaan: de uitbouw tot kloosterpand. Ook de interne houten rioleringsbuis en de externe bakstenen riolering vallen op. (foto: Kris Vandevorst, OE)

Rechts: gedeelten van drie kloostervleugels rond een pandtuin. Ze zijn herkenbaar aan de gele baksteen. (foto: Kris Vandevorst, OE)

Verspreid over het terrein troffen we een groot aantal afvalputten aan, waarvan het merendeel tot de late 12de - begin 13de eeuw teruggaat. Uit de vele, her en der verspreide palen kon tot hier toe nog geen gebouwplattegrond afgeleid worden. Enkel tegen de Ieperlee en de Klaverstraat aan komen bewonings- en andere sporen uit latere periodes voor. Het gaat daarbij vooral over beerputjes, haarden en poeren, maar ook over muren.

Klein beerputje in de zuidwest-hoek van het terrein, tegen de Klaverstraat aan. (foto: Franky Wyffels, OE)

In de Ieperlee komen enkele greppels en een gemetste riolering uit. Op één plaats zijn  opeenvolgende beschoeiingen van de Ieperlee aangetroffen. Er is ook een loden waterleidingsbuis aangesneden, die volgens het plan Debruck uit 1847 o.a. een waterkuil bevoorraadde. Daarvan vonden we in een andere opgravingsput een gedeelte van de beschoeiing terug.

Doorsnede van een van de vele kuilen, gekenmerkt door een vlakke bodem. Links ervan is een loden waterleidingsbuis merkbaar. (foto: Franky Wyffels, OE)

Vòòr de bouw van het Godshuis en het klooster was het terrein een woon- en artisanale zone. Dit is interessant voor de studie van het vele vondstenmateriaal, waarvan de verwerking momenteel volop aan de gang is. Alle gebruiksaardewerk, metalen voorwerpen en etensafval, vondsten die verband houden met die bewoning, valt hierdoor immers binnen een welbepaald tijdsbestek, namelijk vòòr 1225. 

Tijdens de opgraving kregen we hulp van enkele onderzoekers van het agentschap. Koen Deforce en Kristof Haneca kwamen palynologische en dendrochronologische staalnames verrichten. Vincent Debonne bestudeerde de verschillende bouwmaterialen. An Lentacker is inmiddels aan de slag met het ingezamelde botmateriaal.

Reacties (0)

Reageer op dit artikel