Zes meter onder de grond dringt geen enkel lawaai van de bovenwereld door, enkel het geluid van neervallende druppels breekt de stilte. Net om die reden zochten de soldaten aan het front van de Eerste Wereldoorlog diep onder de grond beschutting in zogenaamde dugouts. Een van die schuilplaatsen bevindt zich in het dorpscentrum van Zonnebeke.

De relatieve rust in zo’n dugout moet erg bevreemdend geweest zijn, want toen deze ondergrondse schuilplaats in de Eerste Wereldoorlog werd gebouwd trilde de grond onophoudelijk. Een continu gedaver en gerommel van beschietingen, sporadisch afgewisseld met een harde knal wanneer een granaat vlakbij insloeg. En hiertussen een kakafonie van diep gesnurk, gesmoorde kreten en zacht gepraat – alles gelardeerd met een doordringende geur van zweet en schimmel. Bezwaarlijk een aangename plek om te vertoeven, maar het alternatief boven de grond was zo mogelijk nog minder aantrekkelijk. Hier, diep onder de grond en onttrokken aan het oog van de vijand, kon je tenminste even je vermoeide benen strekken zonder te worden verrast door een inslag of een gasaanval.

De Zonnebeke Church Dugout is niet uniek. Er zijn tientallen ondergrondse schuilplaatsen gekend, zowel aan Duitse als aan geallieerde zijde. Alle vertonen ze een gelijkaardige opbouw: een centraal gangenstelsel waar kleine kamers op aangesloten zijn. Gegraven met de hand, opgetrokken in hout en onder voortdurende vijandelijke dreiging. Sommige van deze dugouts konden meerdere honderden soldaten herbergen, als sardienen in een doosje. Wat de dugout van Zonnebeke echter bijzonder maakt is zijn locatie: onder het puin van de middeleeuwse abdijkerk van Zonnebeke. De aanwezigheid van een dik puinpakket maakte dat de constructie minder diep moest worden aangelegd dan meestal het geval is – vele dugouts situeren zich op tien meter en meer onder het maaiveld. Daarnaast waren de in- en uitgangen door het vele puin aan het spiedend oog van Duitsers onttrokken, toch ook geen geringe troef.

De constructie die vandaag bewaard is werd in het najaar van 1917 gebouwd door de Australiërs en de Britten, nadat ze Zonnebeke ten koste van een immense dodentol hadden ingenomen. Het is niet uitgesloten dat de Duitsers voordien al een aanzet tot een ondergrondse schuilplaats hadden gemaakt, maar daarvan zijn vooralsnog geen sporen van gevonden. Deze deep-dugout werd uiteindelijk nooit gebruikt als soldatenverblijfplaats, doordat de Britten in het voorjaar van 1918 van hun moeizaam veroverde stellingen in Zonnebeke werden verdreven en de constructie onafgewerkt moesten opgeven. Ze legden de pompen stil en barricadeerden de toegangen van de dugout; de houten gangen en kamers vulden zich met water en bleven vergeten, tot ze in 1989 bij toeval werden ontdekt door collega Marc Dewilde. Tijdens het archeologisch onderzoek naar de middeleeuwse Augustijnerabdij van Zonnebeke trof hij in een hoek van een sleuf plotseling de aanzet van een houten trap aan. Doordat de houten constructie al die jaren permanent onder water stond, bleek de conservering wonderbaarlijk goed: ‘enkel’ 250.000 m³ water wegpompen en kilo’s modder wegscheppen, en je kan de gangen opnieuw betreden.

Dat is ook wat enkele weken geleden gebeurde. Voor de derde maal sinds 1989 werd de (intussen beschermde) dugout voor korte tijd droog getrokken. Deze keer werd er een schare onderzoekers op losgelaten: er werd een 3D-scan gemaakt, een stabiliteitsingenieur voerde de nodige metingen uit en er werden houtmonsters genomen. Directe aanleiding voor dit onderzoek is de wens van de gemeente en het nabijgelegen Memorial Museum Passchendaele 1917 in Zonnebeke om de dugout in 2017 gedurende honderd dagen voor het publiek open te stellen. Het is zeer de vraag of dit vanuit technisch- en veiligheidsoogpunt haalbaar of wenselijk is, en zo ja, onder welke randvoorwaarden. Is de constructie stabiel genoeg om bezoekers toe te laten? Hoeveel mensen mogen er tegelijk afdalen? Wat met het evacuatieplan? Momenteel is er op deze vragen nog geen antwoord, maar een degelijke monitoring is alvast een eerste stap in een goede besluitvorming.

Links

Reacties (0)

Reageer op dit artikel