Medio juli keurde de Vlaamse Regering de conceptnota 'aanpassing Onroerenderfgoeddecreet naar aanleiding van de ex-post evaluatie' goed. Deze geeft in grote lijnen weer welke aanpassingen aan de onroerenderfgoedregelgeving worden voorgesteld als gevolg van een evaluatie. De Vlaamse Regering wijzigt daarom nu principieel haar Onroerenderfgoeddecreet. Na deze eerste principiële goedkeuring wordt nu het advies van de SARO ingewonnen. Na verwerking van het advies worden de wijzigingen aan het Onroerenderfgoeddecreet opnieuw aan de Vlaamse Regering voorgelegd voor een tweede principiële goedkeuring. Na advies van de Raad van State volgt de definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering, waarna de parlementaire behandeling kan starten. Na de goedkeuring van de decreetswijziging door het Vlaams Parlement volgen de nodige wijzigingen aan het Onroerenderfgoedbesluit. Hierin zal ook de inwerkingtredingsdatum van al deze wijzigingen bepaald worden.

De belangrijkste wijzigingen zijn:
•    Er komt een premie voor verplicht uit te voeren archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem.
•    De berekening van de premie voor buitensporige opgravingskosten wordt verhoogd tot 80% (i.p.v. de huidige 40%)
•    Het invoeren van twee types erkende archeologen, naargelang het gaat om archeologisch (voor)onderzoek zonder ingreep in de bodem en archeologisch (voor)onderzoek met ingreep in de bodem. Door deze wijziging zullen er dus meer archeologen in aanmerking komen voor een erkenning.
•    De bekrachtiging van archeologienota’s door het agentschap wordt vervangen door een meldingsplicht.
•    Het aantal vrijstellingen van archeologisch vooronderzoek wordt uitgebreid.
•    Voor de opmaak van een archeologienota zijn de oppervlaktecriteria buiten archeologische zones gewijzigd: voor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning, omgevingsvergunning of verkavelingsvergunning is geen vooronderzoek nodig bij percelen die kleiner zijn dan 5.000 m² (i.p.v. 3.000 m² vroeger).
•    De premiepercentages worden vereenvoudigd waarbij de lat voor iedereen gelijk wordt gelegd met een basispercentage van 40%.
•    Om het draagvlak voor beschermingen nog te vergroten zal in de toekomst voorafgaand aan een voorlopige bescherming ook al het advies van de eigenaar ingewonnen worden, naast dit van het betrokken gemeentebestuur, van verschillende departementen of agentschappen van de Vlaamse overheid en van de Vlaamse Commissie voor Onroerend Erfgoed.
•    Om de planlast te verminderen zal een goedgekeurd beheersplan enkel nog verplicht zijn bij premieaanvragen voor werelderfgoederen, beschermde stads- en dorpsgezichten, landschappen en archeologische sites, alsook voor meerjarige subsidieovereenkomsten.