Al 85 jaar beschermen we onroerend erfgoed in Vlaanderen. Hoog tijd dus voor een onderzoek naar de effecten van een wettelijke bescherming. Daarom startten we een doelmatigheidsanalyse op. De eerste fase van dit onderzoek is nu afgerond en geeft een overzicht van de evolutie van de beschermingspraktijk. De resultaten kan je lezen in het rapport ‘de geschiedenis van het beschermen 1931-2016’.

Sinds 1931 kunnen in Vlaanderen monumenten en landschappen wettelijk worden beschermd. Nadien werd dit ook mogelijk voor stads- en dorpsgezichten en archeologische sites, telkens volgens ongeveer dezelfde logica. Dit betekent dat we in het Vlaams Gewest al een geschiedenis meedragen van 85 jaar beschermen van onroerend erfgoed.

Door het erfgoed te beschermen, willen we dit fysiek behouden en overdragen aan de volgende generaties. Om hiervoor te zorgen, werden sinds het ontstaan van de wet van 1931 heel wat beschermingsbesluiten opgesteld en ondertekend. Op basis van deze beschermingsbesluiten wordt het onroerend erfgoed opgevolgd en beheerd. Op 31 december 2016 beschikten we in Vlaanderen over 11.173 beschermde monumenten, 1.555 stads- en dorpsgezichten, 676 cultuurhistorische landschappen en 27 archeologische sites.

Doorheen de jaren is er uiteraard heel wat veranderd: de beleidscontext, de administratieve structuren, de regelgeving, het erfgoedbegrip en de waarderingspraktijk zijn geëvolueerd. Toch gebeurde er nog nooit een grondig onderzoek naar de effectiviteit van de beschermingspraktijk, waardoor we vandaag niet globaal weten welke effecten een wettelijke bescherming heeft. De vraag om de bestaande beschermingsbesluiten onder de loep te nemen en de effectiviteit van de beschermingsinstrumenten te evalueren, is dus pertinent.

Door een doelmatigheidsanalyse uit te voeren, willen we beter kunnen voorspellen op welke manier we het meeste effect bereiken. Worden de beleidsdoelstellingen behaald en in welke gevallen wel/niet? Heeft de toepassing van het instrumentarium soms ook onverwachte of ongewenste effecten tot gevolg? Houdt het instrumentarium voldoende rekening met de tijdsgeest, met andere woorden met de hedendaagse doelstellingen?

Om een doelmatigheidsanalyse te kunnen uitvoeren, is het noodzakelijk om eerst precies na te gaan welke doelstellingen werden en worden beoogd met het beschermingsbeleid en -instrument. Het rapport ‘de geschiedenis van het beschermen 1931-2016’ geeft een overzicht van de evolutie van de beschermingspraktijk en formuleert conclusies en aanbevelingen voor het verder onderzoeken van de doelmatigheid.

In de volgende fases van dit onderzoeksproject wordt enerzijds de effectiviteit van het globale beschermingsbeleid verder onderzocht en worden anderzijds de individuele beschermingsbesluiten in thematische deelpakketten verder onder de loep genomen. De eerste thematische deelpakketten die worden opgeleverd zijn ‘gevels en bedaking’, ‘archeologische sites’ en ‘bouwkundige gehelen’.

Je kan het eerste onderzoeksrapport inkijken en/of downloaden op OAR.