Al sinds 2003 moeten eigenaars van gebouwen met liften rekening houden met een aantal verplichtingen op vlak van de veiligheid. Die wetgeving is opgenomen in het Koninklijk Besluit van 9 maart 2003, dat uitvoering geeft aan een Europese richtlijn.

Voor elke lift moet een gespecialiseerde risicoanalyse uitgevoerd worden. De aanbevelingen die uit die analyse volgen moeten binnen een bepaalde termijn worden vertaald in veiligheidsmaatregelen. De uitvoeringstermijn is afhankelijk van de ouderdom van de lift. De website van de Federale Overheidsdienst Economie bundelde alle informatie op een overzichtelijke themapagina.

Sommige liften hebben echter erfgoedwaarde die kan worden aangetast door ondoordachte aanpassingen. Daarom voorziet de veiligheidsregelgeving een uitzonderingsprocedure voor historisch waardevolle liften. Risicoanalyses met betrekking tot historisch waardevolle liften kunnen worden voorgelegd aan de subcommissie “liften met historische waarde” van de Commissie voor de Veiligheid van de Consument, zodat eventueel een oplossing op maat kan worden gezocht. De historische waarde van de lift moet wel voorafgaandelijk zijn bevestigd door een bevoegde instantie. In Vlaanderen is dit het agentschap Onroerend Erfgoed.

Vlaanderen telt enkele liften die beschermd zijn als monument, al dan niet samen met het gebouw waarin ze zich bevinden. Ook niet beschermde liften kunnen echter waardevol zijn. Eigenaars van gebouwen met oude liften, waarvan ze vermoeden dat ze historisch waardevol zijn, maar die bedreigd worden door de nieuwe veiligheidsnormen, kunnen met ons contact opnemen om het vereiste attest te bekomen dat nodig is voor de subcommissie “liften met historische waarde”.

Meer informatie over de liftenregelgeving is te vinden:

Links