In het begin van deze eeuw bedreigden bouwplannen in het centrum van Oudenburg de restanten van het Romeinse castellum. De opgraving hiervan leert ons veel over de 3de en 4de E na Chr. in het NW van het Romeinse Rijk.

De Romeinse militaire aanwezigheid in Oudenburg werd reeds in de jaren 1950 archeologisch aangetoond door J. Mertens. Onderzoek in 1960 en de jaren 1970 toonde een drieledige fortchronologie met twee houten en aarden forten en één stenen castellum.

De geplande bouw van een supermarkt in het stadscentrum van Oudenburg noodzaakte een systematisch, vlakgravend archeologisch onderzoek tussen 2001 en 2005 van een aanzienlijk stuk van de zuidwestelijke hoek van het Romeins castellum.

Nieuwe inzichten

Het recente onderzoek toont een veel complexere occupatiegeschiedenis dan tot dan werd aangenomen. Verschillende argumenten pleiten nu voor vijf fortperiodes: een opeenvolging van drie houten en aarden forten en twee stenen castella.

Ook de ruimtelijke organisatie binnen de kampmuren kende een sterke evolutie. De militaire occupatie vangt vermoedelijk pas aan rond 200 na Chr. en kent haar einde in de beginjaren van de 5de eeuw. Tijdens de occupatiegeschiedenis werd de zuidwestzone voor verschillende doeleinden gebruikt en onderging de ruimtelijke organisatie radicale wijzigingen.

Manschapsbarakken, een militair hospitaal, vrijstaande wooneenheden, ateliers, een badgebouw en dieren op stal bezetten achtereenvolgens dit terrein. Zeker vanaf de latere 3de eeuw lijkt een strikte kampindeling ver zoek. Een niet meer strikt militair fortleven, wat door veel vondsten wordt gesuggereerd, en de Germaanse oorsprong van de legereenheid liggen mogelijk mee aan de basis hiervan.

Verdere uitwerking

In combinatie met de informatie uit de grafvelden extra muros die in de jaren 1960 werden vrijgelegd en de oudere en recente onderzoeken in het castellumgebied, zal de studie van de massa aan opgravingsgegevens en vondsten bijdragen tot de reconstructie van het leven binnen de castellummuren en nieuwe inzichten opleveren over de relatie tussen het continent en Britannia en over het kustverdedigingssysteem in het noordwesten van het Romeinse Rijk.