Het kerntakenplan RWO hevelt het geografisch inventariseren van individuele erfgoeditems over naar het lokale bestuursniveau. Gemeenten moeten nu zelf het bouwkundig en landschappelijk erfgoed op hun grondgebied inventariseren. Het agentschap begeleidt gemeenten actief in hun nieuwe rol.

Een nieuwe rol

Het Kerntakenplan RWO, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 17 juli 2015, hertekent de inventaristaak van het agentschap Onroerend Erfgoed. Vanaf nu is het de taak van de lokale overheden om hun bouwkundig en landschappelijke erfgoed op geografische basis te inventariseren. Het inventaristeam van het agentschap werkt tot 2016-2017 de lopende geografische inventarisprojecten af. Er worden geen nieuwe projecten meer gestart.

De erfgoedonderzoekers van het agentschap staan klaar om hun kennis, ervaring en methodologie, gebaseerd op een halve eeuw inventariseren in Vlaanderen, door te geven.

Handleiding

Hoe je bouwkundige erfgoed inventariseert, kom je te weten in een algemene handleiding uit 2013. Iedereen kan dit document downloaden. Bij de opstart van een inventarisproject vormt deze handleiding de basis.

Eens een gemeente aan de slag gaat met een inventarisproject, krijgen de projectmedewerkers ook heel concrete stap-voor-stap-handleidingen voor onder meer het fotomateriaal, de bibliografie of de invoer in een databank.

Trajectbegeleiding

Wanneer een lokale overheid een inventarisproject opstart, kan het agentschap op vraag van de gemeente een meer intensieve trajectbegeleiding initiëren. Per project zoekt een erfgoedonderzoeker van het agentschap dan naar een optimale samenwerking, op maat gesneden.

Een voorbeeld: bij de inventarisatieprojecten van de stad Antwerpen bestond de begeleiding van het agentschap uit volgende stappen: de selectie van het bouwkundig erfgoed, de redactie van de teksten en het beschikbaar stellen van de online inventarisdatabank voor het verspreiden van de gegevens. De inventarissen van de districten Ekeren, Berendrecht en Zandvliet en van de tentoonstellingswijk zijn op die manier afgewerkt en voor iedereen beschikbaar.

Gelijkaardige projecten lopen momenteel in Gent, Leuven en Genk.

Modelbestekken

Doorgaans doet het gemeente- of stadsbestuur beroep op gespecialiseerde onderzoeksbureaus om inventarisatieprojecten uit te voeren. Op basis van de ervaringen uit de lopende en afgewerkte projecten maakte het agentschap twee modelbestekken op.

Een eerste modelbestek vertrekt van een selectie van het bouwkundig erfgoed die reeds vooraf is gebeurd. De gemeente doet de selectie van het bouwkundig erfgoed zelf, in samenwerking met het agentschap. De opdracht bestaat erin de panden in deze selectie te onderzoeken, te beschrijven en in te voeren in de online inventarisdatabank van het agentschap, en dit alles volgens de methodologie van het agentschap.

In een tweede modelbestek moet de selectie van het erfgoed nog gemaakt worden. Veldwerk op het terrein maakt dus ook deel uit van de opdracht.

Deze modelbestekken kunnen door lokale overheden gebruikt worden om een eigen (her)inventarisatieproject uit te besteden. Voor de aanpassing van het modelbestek aan de specifieke noden van een gemeente, kan men beroep doen op begeleiding van het agentschap.

Verankering in lokaal beleid

Een inventarisatie van het bouwkundig erfgoed is pas nuttig wanneer het uiteindelijk wordt verankerd in het lokale erfgoedbeleid. Dat kan alleen via de beleidsinstrumenten van ruimtelijke ordening. Hoe je omgaat met dergelijke beleidsinstrumenten kan je nalezen in dit handboek.

Op basis van dit handboek gaat bijvoorbeeld de gemeente Beernem aan de slag met haar bouwkundig erfgoed. Het agentschap schreef mee aan een bestek om dit project uit te besteden aan een onderzoeksbureau.  

Wie komt in aanmerking voor trajectbegeleiding?

Elke lokale overheid kan bij het agentschap Onroerend Erfgoed terecht voor advies over de aanpak van een inventarisproject.

Een intensieve trajectbegeleiding door een erfgoedonderzoeker vraagt echter een grotere tijdsinvestering. Daarom weegt het agentschap elke aanvraag af en geeft prioriteit aan overheden die

  • inzetten op een globale aanpak van het erfgoed.
  • voldoende budget voorzien voor een grondige, kwalitatieve aanpak van het onderzoek (archiefonderzoek en uitgeschreven teksten zijn bijvoorbeeld vereisten).
  • professionele onderzoekers aanstellen om de inventaris op te maken.
  • een sterk verouderde inventaris hebben (gegevens van de jaren 1970-1980).

Opgenomen = vastgesteld?  

Het agentschap verwerkt de inventarisgegevens die een gemeente aanlevert in de online wetenschappelijke inventarisdatabank. De gegevens zijn pas publiek beschikbaar als ze voldoen aan alle kwaliteitseisen van de eindredactie, die de fiches stuk voor stuk activeert.

Een opname in de wetenschappelijke inventaris betekent niet automatisch een opname in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. De vaststelling van een inventaris kent een eigen projectverloop. De planning van een vaststellingsbesluit staat volledig los van individuele inventarisatieprojecten.

Contact

Voor meer informatie kan je met ons contact opnemen