Van augustus 1999 tot augustus 2008 werd de ondergrond van de O.L.V.-Basiliek te Tongeren archeologisch onderzocht. Dit kaderde in de restauratie van de kerk, waarbij een vloerverwarming en een museumkelder werden aangelegd. De werkzaamheden brachten bewoningssporen aan het licht die teruggaan tot de Romeinse tijd. In de 2de en 3de eeuw stond op de plaats van de huidige O.L.V.-basiliek een luxueuze stadswoning. Vanaf de late oudheid en ononderbroken tot vandaag vervult de site echter een publieke functie. In de late oudheid wordt er immers een vroeg-christelijke kerk gebouwd. Deze laat-Romeinse basilica staat aan het begin van een lange traditie van vroeg-middeleeuwse, romaanse en gotische kerkenbouw op eenzelfde locatie.

Tongeren is één van de belangrijke archeologische sites in NW-Europa voor de kennis van het eerste christendom. Over deze historische periode (3de-5de eeuw na Chr.) is maar weinig gekend. De basiliek leverde daarentegen een rijk en uiteenlopend archeologisch archief. Duizenden metalen voorwerpen, 350 volledige skeletten, 47.000 scherven Romeins aardewerk, 75.000 fragmenten van muurschilderingen uit alle perioden, 67 dozen met dierlijk bot en 320 m² aan plannen en veldtekeningen bieden een schat aan informatie over de geschiedenis van deze bijzondere plek.

Perspectieven van het onderzoek

De uitwerking van dergelijke bijzondere collectie vergt een extra investering in tijd en middelen. Vlaams minister voor Onroerend Erfgoed, Geert Bourgeois, gaf daarom de opdracht en de budgettaire mogelijkheid om begin 2011 met een groot onderzoeksproject van start te gaan. Hierbij zullen de ruwe data uit de 2000 jaar oude geschiedenis van de vindplaats verwerkt worden tot een verhaallijn, waarin niet alleen de evolutie van de site verteld wordt, maar waarin ook duidelijk blijkt hoe ze verbonden is met andere Europese historische centra. Deze reconstructie zal in een lijvig boek samengevat worden en tegelijk de inhoudelijke basis vormen voor de inrichting van de museumkelder onder de O.L.V.-Basiliek. De stad Tongeren kon daarom als partner niet ontbreken. Het perspectief op een uniek archeologisch en historisch bezoekerscentrum bracht de stad ertoe een bijdrage aan de kosten van het onderzoeksproject te leveren.

Termijn van het onderzoeksproject

Het project wordt over een periode van 3 jaar uitgevoerd. Globaal zijn daarin drie fasen te onderscheiden: in een eerste jaar wordt de inventaris van de vondsten en sporen gemaakt, in een tweede jaar worden deze gegevens uitgewerkt en geïnterpreteerd, in een derde jaar wordt het rapport geschreven. Een deel van het werk wordt door eigen medewerkers uitgevoerd, een deel door externe specialisten.

In grote lijnen kan het werk in volgende activiteiten ingedeeld worden:

  • analyse van de sporen en vondsten: deels Onroerend Erfgoed, deels ARON bvba.
  • analyse van de menselijke, dierlijke en plantaardige resten
  • analyse van de munten
  • analyse van de Romeinse muurschilderingen
  • analyse van de Karolingische muurschilderingen
  • analyse van de Romeinse architectuur- en sculptuurfragmenten
  • analyse van de middeleeuwse architectuur- en sculptuurfragmenten
  • bouwhistorisch onderzoek

Dit onderzoek gebeurt in samenwerking met:

  • Afdeling ATO (Yves Impens): opmeting van de basiliek
  • Wim Dijkman (Gemeente Maastricht): determinatie van 4de-eeuwse radstempelsigillata.
  • Patrick Monsieur (UGent): determinatie amforen
  • Wim Van Neer (Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen & KULeuven): determinatie van visresten
  • Mark Van Strydonck (Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium): radiokoolstof-dateringen

Links

Gerelateerde blogartikelen