Vlaanderen heeft de voorbije jaren belangrijke inspanningen geleverd voor het behoud van het erfgoed van de Eerste Wereldoorlog. Het WO I-erfgoed is uitvoerig geïnventariseerd en bestudeerd, de belangrijkste sites zijn beschermd en er zijn middelen vrijgemaakt voor restauratie, onderhoud en ontsluiting. Het sluitstuk van deze erfgoedstrategie is het dossier dat Vlaanderen in samenwerking met Wallonië en Frankrijk indient om de belangrijkste begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten van de Eerste Wereldoorlog aan het voormalige Westelijke Front te laten erkennen als UNESCO Werelderfgoed.

Wat is Unesco Werelderfgoed?

Werelderfgoed is erfgoed met unieke en uitzonderlijke waarden voor de hele mensheid. Enkel erfgoed dat is opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO mag deze eretitel dragen. Vlaanderen werkt momenteel aan zo een erkenning als Werelderfgoed voor een selectie van militaire begraafplaatsen en monumenten voor de vermisten van de Eerste Wereldoorlog.

Welke WO I-sites worden erkend?

De militaire begraafplaatsen en de monumenten voor de vermisten zijn ons meest symbolische en waardevolle erfgoed van de Eerste Wereldoorlog. De militaire begraafplaatsen en de monumenten voor de vermisten zijn de getuigen van een nieuwe dodencultus: het is de eerste maal in de geschiedenis dat alle gesneuvelden, los van rang, stand, geloof of nationaliteit, individueel worden herdacht. Ze zijn ook uniek door de kwaliteit van hun architecturale vormgeving en landschappelijke inplanting. De militaire begraafplaatsen en de monumenten voor de vermisten zijn ten slotte uitgegroeid tot plaatsen van reflectie en vormen een sterke oproep tot “Nooit meer oorlog”.

Wat zijn de gevolgen van een erkenning als Werelderfgoed?

Om als Werelderfgoed erkend te kunnen worden vraagt UNESCO dat een site op gepaste wijze beschermd wordt. Alle militaire begraafplaatsen en een brede selectie van WOI-herdenkingsmonumenten zijn al vele jaren beschermd als monument. Hiertoe behoren alle sites die Vlaanderen in het WO I-Werelderfgoeddossier wil opnemen. De beschermingen van deze sites zijn al van kracht, een eventuele erkenning als Werelderfgoed wijzigt hieraan niets. Een erkenning als UNESCO Werelderfgoed is geen bijkomende bescherming. Het is vooral een waardering van het unieke karakter van een site.

Naast een gepaste bescherming van de sites zelf vraagt UNESCO ook dat er rond deze sites een zogenaamde bufferzone wordt afgebakend. Deze bufferzone heeft als hoofddoel ervoor te zorgen dat belangrijke ontwikkelingen die een invloed kunnen hebben op een werelderfgoedsite worden opgevolgd. Alle partners hebben de afbakening van de bufferzones gevalideerd. Deze bufferzones treden in werking na de erkenning als UNESCO-Werelderfgoed.

De gevolgen van een bufferzone zijn afhankelijk naargelang de afstand tot de werelderfgoedsite:

  • Voor percelen binnen de honderd meter van de werelderfgoedsite wordt er een advies gevraagd aan het agentschap Onroerend Erfgoed voor alle vergunningsplichtige handelingen. Vergunningsplichtige handelingen zijn werken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is.
  • Voor percelen verder dan honderd meter van de werelderfgoedsite wordt enkel een advies gevraagd aan het agentschap Onroerend Erfgoed voor vergunningsplichtige handelingen voor constructies die hoger dan 15 meter zijn of worden.

Onroerend Erfgoed zal bij elk adviesvraag nagaan in welke mate de handelingen een impact hebben op de unieke en uitzonderlijke waarden van een Werelderfgoedsite.

Voor niet-vergunningsplichtige handelingen zoals de dagelijkse bedrijfsvoering van een landbouwzetel (planten en telen van gewassen, het kweken van vee, het bewerken van akkers en weides) of handelingen die zijn vrijgesteld van vergunning zoals het plaatsen van een dakvlakvenster of een speeltuig is geen advies van Onroerend Erfgoed nodig.

Meer informatie over de stedenbouwkundige vergunningsplicht vind je terug op www.ruimtevlaanderen.be.

De Vlaamse selectie voor de WO I-Werelderfgoednominatie

  1. Het Gemenebest monument voor de vermisten Nieuport Memorial in Nieuwpoort
  2. De Duitse militaire begraafplaats van Vladslo in Diksmuide
  3. De crypte van de IJzertoren in Diksmuide
  4. De Belgische militaire begraafplaats van Oeren in Alveringem
  5. De Belgische militaire begraafplaats van Houthulst in Houthulst
  6. De Duitse militaire begraafplaats van Langemark in Langemark-Poelkapelle
  7. Het Canadees monument “The Brooding Soldier” in Langemark-Poelkapelle
  8. De Gemenebest militaire begraafplaats “Tyne Cot cemetery” in Zonnebeke
  9. De Gemenebest militaire begraafplaatsen in het Doelbos in Zonnebeke
  10. De Gemenebest militaire begraafplaats “Essex Farm cemetery” in Ieper
  11. De Gemenebest militaire begraafplaatsen bij Pilkem in Ieper
  12. De Franse militaire begraafplaats “St.-Charles de Potyze” in Ieper
  13. Het Gemenebest monument voor de vermisten “Menin Gate”in Ieper
  14. De Gemenebest militaire begraafplaats “Bedford House cemetery” in Ieper
  15. De Gemenebest militaire begraafplaatsen van de Palingbeek in Ieper
  16. De Franse ossuaire van de Kemmelberg in Heuvelland
  17. De Gemenebest militaire begraafplaatsen van de Spanbroekmolen in Heuvelland
  18. Het Ierse monument “Island of Ireland Peace Tower” in Mesen
  19. De Gemenebest militaire begraafplaats “Lijssenthoek military cemetery” in Poperinge

Internationale samenwerking

Vlaanderen werkt nauw samen met Wallonië en een associatie van veertien Noord-Franse departementen. Zij realiseren samen één dossier voor de militaire begraafplaatsen en monumenten voor de vermisten langsheen het voormalige Westelijke Front van de Eerste Wereldoorlog.

Vlaamse samenwerking

Geert Bourgeois, minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onroerend Erfgoed, ging een verbintenis aan met de eigenaars en de beheerders van de geselecteerde sites, met de Vlaamse overheid, de provincie West-Vlaanderen en de gemeentes Alveringem, Diksmuide, Heuvelland, Houthulst, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Mesen, Nieuwpoort, Poperinge en Zonnebeke en met middenveldorganisaties zoals het Algemeen Boerensyndicaat, de Boerenbond, Natuurpunt, de Unie van Zelfstandige Ondernemers West-Vlaanderen en Voka - Kamer van Koophandel West-Vlaanderen. Deze partners hebben op 11 juni 2015 samen een convenant ondertekend waarmee ze akkoord gaan om in een open en constructieve dialoog de best mogelijke omstandigheden te creëren om het nominatiedossier uit te werken. Door de ondertekening van dit convenant onderschrijven zij ook het principe dat de erkenning als UNESCO Werelderfgoed gekaderd wordt in een economische en maatschappelijk gezonde regio waarin wordt geleefd, gewoond en gewerkt.

Wat is de planning van het dossier?

  • 31 januari 2017: indienen van het dossier bij het Werelderfgoedcentrum
  • Najaar 2017: inspectie door ICOMOS, het wetenschappelijke adviesorgaan van het Werelderfgoedcomité
  • Voorjaar 2018: advies van ICOMOS aan het Werelderfgoedcomité
  • Zomer 2018: beslissing over het dossier tijdens de jaarlijkse zitting van het Werelderfgoedcomité

Downloads

Gerelateerde nieuwsberichten