Kenmerken

Een beheersplan kan je opstellen voor alle onroerend erfgoed en voor erfgoedlandschappen. Het grote voordeel is dat je geen afzonderlijke toelating meer hoeft aan te vragen voor alle werken die in het plan worden vrijgesteld. Bij beschermde goederen en erfgoedlandschappen heb je verder recht op financiële steun.

Het is vooral belangrijk dat uit het beheersplan een gebiedsgerichte visie blijkt die rekening houdt met alle aanwezige erfgoedvormen. Om je op weg te helpen bij de opmaak van een beheersplan, stelden we een typebestek, een richtlijn en een sjabloon op. Inspiratie kan je opdoen met het beheersplan van Klein Rusland in Zelzate, en de bijlagen bij het beheersplan - 7MB. Alle goedgekeurde beheersplannen vind je ook terug in deze databank.
In uitzonderlijke gevallen kan je ook een beheersplan opmaken voor opzichzelfstaande delen binnen zo’n een groter geheel. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om monumenten die deel uitmaken van een stads- of dorpsgezicht.
Een beheersplan heeft een looptijd van twintig jaar. Op gemotiveerd verzoek, of op vraag van het agentschap, krijg je ook de kans om het plan aan te passen. De procedure voor aanpassing van een bestaand plan is dezelfde als die voor de goedkeuring van een nieuw beheersplan.

Opzichzelfstaande gehelen

Het uitgangspunt van een beheersplan is dat je een geïntegreerde gebiedsgerichte visie uitwerkt. Je maakt zo’n plan op voor een bepaald onroerend erfgoed of erfgoedlandschap in zijn totaliteit. Dat wil zeggen dat je het niet opdeelt in kleinere stukken, om dan voor elk stuk een beheersplan op te maken. Er is maar één uitzondering: wanneer het gaat om ‘opzichzelfstaande gehelen’.
Idealiter wordt een afbakening niet opgesplitst in opzichzelfstaande gehelen wanneer de erfgoedsite een logische afbakening kent met de ondersteunende en samenhangende delen. Het gaat dan bijvoorbeeld over een hoeve met afzonderlijk woonhuis, stal, schuur, en het omgevend areaal, huiskavel…; een kasteeldomein met kasteel, park, bijgebouwen, hoeve, molen, duiventoren,…; een begijnhofgeheel; een abdijsite; een begraafplaats met als monument beschermde grafmonumenten of een windmolen met een dorpsgezicht in functie van windvang.

Bij opzichzelfstaande gehelen mag je voor elk van deze gehelen ook een apart beheersplan opmaken. Je hebt te maken met een opzichzelfstaand geheel wanneer: 

  • Het goed expliciet apart vermeld staat in het beschermingsbesluit. In het besluit van een grote site met verschillende gebouwen zijn kerk, pastorie en hoeve bijvoorbeeld ‘opzichzelfstaand’ wanneer ze afzonderlijk vermeld worden.
  • Het goed individueel beschermd is als monument. Een beschermd prieeltje in een beschermd dorpsgezicht bijvoorbeeld, of een beschermde boom in een beschermd landschap.

Procedure

Sinds 1 januari 2017 is de procedure voor de opmaak van een beheersplan vereenvoudigd. Een formele aanvraag tot opmaak van een beheersplan is niet meer nodig. Wel raden we aan om steeds contact op te nemen met de provinciale dienst bij de start van de opmaak.

Wanneer later het ingediende beheersplan is goedgekeurd, wordt dit gemeld aan de aanvrager en de betrokken gemeentebesturen. Ook wordt de goedkeuring in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

Premies

Voor de opmaak van het plan kan je een onderzoekspremie krijgen. Voor de uitvoering van werkzaamheden, beheersmaatregelen of diensten uit een goedgekeurd beheersplan mag je bovendien een erfgoedpremie aanvragen, als het gaat over een beschermd goed of een erfgoedlandschap. In een aantal gevallen heb je zelfs een beheersplan nodig vooraleer je een erfgoedpremie kan aanvragen. Dit stroomschema geeft je meer uitleg daarover. Het regelgevend kader van dit stroomschema vind je terug in artikel 2 11°(gespecialiseerde werkzaamheden), 11.2.1.(maatregelen, werkzaamheden of diensten waarvoor een erfgoedpremie kan aangevraagd worden), 11.2.2. (cultuurgoederen) en 11.2.18 2° (motivatie waarom beheersplan niet nodig is) van het Onroerenderfgoedbesluit.

Links