Bestuurlijke bestraffing

Bij een bestuurlijke bestraffing kan een inspecteur Onroerend Erfgoed maatregelen kan opleggen zonder zich vooraf tot een rechter te wenden. De inspecteur Onroerend Erfgoed bepaalt zelf welke procedure wordt opgestart om de gevolgen van het misdrijf of de inbreuk te herstellen. Hij zal vooral voor een bestuurlijke procedure kiezen in urgente gevallen, waarbij grotere schade aan de erfgoedwaarde alleen gestopt kan worden door snel te handelen.

Zachte handhaving

Zachte handhaving dient om overtreders preventief bij te sturen. Nog voor een misdrijf of inbreuk is gepleegd, kan een raadgeving verstuurd worden door iemand die het dossier van nabij opvolgt.

Gaat de overtreder toch door met handelingen of nalatigheden die nefast zijn voor het onroerend erfgoed, dan volgt een aanmaning. Pas wanneer de aanmaning niet wordt gerespecteerd, ontvangt de inspecteur Onroerend Erfgoed een aangifte.

Wanneer de overtreder een aanmaning ontvangt, mag hij met maatregelen tot herstel starten onder de vermelde voorwaarden. Enkel wanneer de politie de aanmaning heeft opgesteld, moet de overtreder vooraf nog toelating krijgen van het agentschap Onroerend Erfgoed.

Integraal herstel

Bij een inbreuk of een misdrijf aan een beschermd onroerend goed moet de overtreder de erfgoedwaarden maximaal herstellen. Herstel betekent een integrale terugkeer naar de staat van het goed op het ogenblik van de bescherming. Als dat niet meer mogelijk is, kan herstel ook een gehele of gedeeltelijke reconstructie inhouden, of complementaire maatregelen bevatten die gericht zijn op de opwaardering van de resterende erfgoedelementen.

Naast het herstel betaalt de overtreder een schadevergoeding. Die wordt eventueel aangevuld met maatregelen om verdere schade te voorkomen.

De overtreder betaalt

Een overtreder betaalt altijd de schade die hij veroorzaakte. Dat houdt ook in dat het onmogelijk is om een erfgoedpremie aan te vragen om het herstel te betalen. Als de premie al is uitgekeerd, zal de overheid ze terugvorderen van de veroorzaker van de schade.

Beroep of schikking

Als de inspecteur ervoor kiest om in een dossier bestuurlijk op te treden, dan kan de overtreder een administratief beroep instellen bij de Vlaamse Regering of de daartoe aangewezen ambtenaar. Het beroep schorst dan tijdelijk de bestuurlijke maatregelen. Een beslissing in beroep kan bij de rechter worden aangevochten, maar deze procedure is niet meer schorsend.

Een overtreder kan met de inspecteur Onroerend Erfgoed een minnelijke schikking afsluiten. Dat is een flexibel instrument dat strekt tot een minnelijke en dus snellere afwikkeling van de burgerlijke gevolgen van de inbreuk, los van de gevolgen die het parket eraan wenst te verbinden. Een minnelijke schikking houdt een integraal herstel in, met inbegrip van de schadevergoeding. Het voordeel is dat de overtreder meer tijd krijgt om de maatregelen uit te voeren of tot betaling over te gaan. Daarnaast kan hij de werken uitvoeren zonder het recht te verliezen om hiervoor een premie aan te vragen.