In Vlaanderen maken hoogstamboomgaarden al sinds de middeleeuwen deel uit van het landschap. Aanvankelijk sloten ze aan bij woonhuizen, voornamelijk (pacht)hoeven, of maakten ze deel uit van nutstuinen in kasteeltuinen van grootgrondbezitters. In de 19de en 20ste eeuw groeiden deze huis/fruitweiden in sommige streken uit tot uitgestrekte boomgaarden en later plantages, waarbij het fruit op grote schaal (o.a. ook als exportproduct) werd geteeld. In Haspengouw heeft de fruitindustrie geleid tot een uniek en gevarieerd cultuurlandschap. Hoogstamboomgaarden zijn onlosmakelijk verbonden met de identiteit van de streek. Sinds de Tweede Wereldoorlog werd er omgeschakeld naar de productievere en minder arbeidsintensieve laagstamteelt. Hierdoor verdween naar schatting ongeveer 90% van het voordien aanwezige hoogstamareaal uit de regio. Door het massaal verdwijnen van de hoogstamboomgaarden, en de landschappelijke veranderingen die dit teweegbracht, kwamen deze landschapselementen meer en meer onder de (publieke) aandacht en nam de waardering voor hoogstamboomgaarden toe. Deze landschappelijke waardering leidde er eveneens toe dat de hoogstamboomgaarden meer en meer als toeristische troef worden uitgespeeld.

Ook het agentschap Onroerend Erfgoed waardeert hoogstamboomgaarden om haar  erfgoedwaarden en landschappelijke kwaliteit en beschermde een aantal hoogstamboomgaarden Andere verenigingen en overheidsinstanties ijveren vanuit hun eigen doel en achtergrond eveneens voor deze  landschapselementen en ondernemen acties om hoogstamboomgaarden te behouden. 

Toch blijft het aantal hoogstamboomgaarden afnemen en kampen velen met (beheers)problemen: het onderhoud is intensief en de kost hiervan staat vaak niet in verhouding tot de opbrengst. Sommige soorten zijn ook gevoelig voor  ziekte(n) en plagen. Ondersteunende maatregelen ontbreken of zijn vaak onvoldoende om hieraan tegemoet te komen. Dit leidt tot verwaarlozing van en uitval in heel wat hoogstamboomgaarden.

De problematiek rond de hoogstamboomgaarden leent zich bij uitstek om via een onroerenderfgoedrichtplan tot een gedragen visie te komen, die ook leidt tot duurzame maatregelen om het behoud en beheer van deze typische landschapselementen op lange termijn te verzekeren. Een breed draagvlak en betrokkenheid van alle belanghebbenden is cruciaal om deze visie  uit te voeren  en er een succes van te maken.