De mergelgroeven in Riemst ontstonden voornamelijk in de late middeleeuwen (en erna) wanneer er op grote schaal bouwstenen werden gewonnen voor de bouw van kerkelijke gebouwen in Gotische bouwstijl. Op verschillende plaatsen in de gemeente ontstonden uitgestrekte groeves als gevolg van eeuwenlange exploitatie van kalksteen. Dit patrimonium is uniek in Vlaanderen, getuige daarvan ook de verschillende beschermingen vanuit het beleidsveld Onroerend Erfgoed (oa. de bescherming van het ‘plateau van Caestert’ en ‘de westelijke Jekerhellingen nabij Kanne’ en de ‘Grotten van Henisdael’ te Vechmaal als landschap).

Waar de groeves in Kanne, Val-Meer en Vechmaal stabiel zijn en veelal geen bovengrondse bebouwing kennen, kampen de groeven in Zichen-Zussen-Bolder met een stabiliteitsproblematiek. De onveilige ondergrond en de onduidelijkheid rond een oplossing voor de stabiliteitsproblemen en de problematische bouwfysische toestand hypothekeert de toekomst van de bovengrondse bebouwing en van het erfgoed in het bijzonder. Leegstand, verwaarlozing, dorpsvlucht en vandalisme zijn het gevolg. Het stabiliseren van de groeven door middel van opvulling geeft zekerheid aan de bovengrondse woningen, maar vormt een bedreiging voor het erfgoed van de groeven zelf. Een problematiek waarvoor dringend een oplossing moet worden gezocht.

Het doel van het project is om een betaalbare, gedragen en uitvoerbare visie te ontwikkelen op de (stabiliteitsproblematiek van de) mergelgroeves met optimaal behoud van het aanwezige boven- en ondergrondse erfgoed en (maximaal) rekening houdend met de (openbare) veiligheid.

Voor het opmaken van het onroerenderfgoedrichtplan voor de mergelgroeven in Zichen-Zussen-Bolder is het noodzakelijk om  bewoners, beheerders, gebruikers, experten en andere actoren actief te betrekken om de bestaande kennis, perceptie en ervaring van de bevolking in het proces te verankeren.