Wijzigingen aan het Onroerenderfgoeddecreet en aan het Onroerenderfgoedbesluit naar aanleiding van de ex-post evaluatie

Op 14 juli 2017 keurde de Vlaamse Regering de conceptnota “aanpassing Onroerenderfgoeddecreet naar aanleiding van de ex-post evaluatie” goed. Deze nota stelt in grote lijnen enkele aanpassingen aan het Onroerenderfgoeddecreet en het Onroerenderfgoedbesluit voor na evaluatie van de resultaten van het Onroerenderfgoeddecreet voor de periode 2015-2016.


Wijzigingen aan het Onroerenderfgoeddecreet

Op 24 november 2017 keurde de Vlaamse Regering het voorontwerp van wijzigingsdecreet voor de eerste keer principieel goed, op 9 februari 2018 volgde de tweede principiële goedkeuring. Nadien werd, zoals de procedure het voorschrijft, het advies ingewonnen van de Raad Van State. Op 30 maart 2018 gaf de Vlaamse Regering haar definitieve goedkeuring aan de voorziene wijzigingen, waarna de parlementaire behandeling werd opgestart. Het Vlaams Parlement keurde het wijzigingsdecreet op 4 juli 2018 goed.

Enkele wijzigingen, zoals de aanpassingen van de beschermingsprocedure en de nieuwe verplaatstingsprocedure, treden in werking vanaf 6 september 2018. De overige wijzigingen treden pas in werking zodra het Onroerenderfgoedbesluit definitief is goedgekeurd.

Wijzigingen aan het Onroerenderfgoedbesluit

Vrijdag 20 juli 2018 keurde de Vlaamse Regering op initiatief van minister-president Geert Bourgeois het wijzigingsbesluit van het Onroerenderfgoedbesluit een eerste keer principieel goed. Het besluit ligt nu voor ter advies bij de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening – Onroerend Erfgoed (SARO). Hierop volgt een tweede principiële goedkeuring waarover, zoals de procedure voorschrijft, de Raad van State op zijn beurt advies verleent. Tot slot is de definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering aan de orde. De afronding is voorzien voor het voorjaar van 2019. Dan treden alle overige aanpassingen aan de onroerendergoedregelgeving in werking.

De belangrijkste wijzigingen op een rij:

  • De erkenningen van onroerenderfgoedgemeenten, intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten en onroerenderfgoeddepots zullen fusievriendelijker worden.

  • De erkenning van archeologen krijgt een onderverdeling in twee types: een eerste type erkenning voor archeologen die alle vormen van archeologisch onderzoek mogen uitvoeren en een tweede type erkenning voor archeologen die enkel vooronderzoeken zonder ingreep in de bodem mogen uitvoeren en daar archeologienota’s over mogen melden. Zo zullen er meer archeologen in aanmerking komen voor een erkenning.

  • De procedure voor het toezicht op de erkenning van archeologen ondergaat een herziening.

  • In plaats van de bekrachtiging van archeologienota’s komt er een meldingsplicht.

  • Het aantal vrijstellingen van archeologisch vooronderzoek krijgt een uitbreiding.

  • Om de planlast te verminderen zal een goedgekeurd beheersplan enkel nog verplicht zijn bij premie-aanvragen voor werelderfgoederen, beschermde stads- en dorpsgezichten, landschappen en archeologische sites, en voor meerjarige subsidieovereenkomsten.

  • De premies voor ZEN-erfgoed, onderwijsgebouwen, beschermde gebouwen die bestemd zijn voor een erkende eredienst, beschermde goederen met een publieksfunctie in eigendom van een gemeente, autonoom gemeentebedrijf, OCMW, OCMW-vereniging of een sociale huisvestingsmaatschappij, open erfgoed en opengestelde, maalvaardige molens zullen 60% bedragen.

  • Aanvullende premies van 10 procent zullen mogelijk zijn voor voorbeeldige beheerders en voor vzw’s die het herstel en beheer van beschermd erfgoed tot doel hebben.

  • De premie voor buitensporige opgravingskosten krijgt een verhoging tot 80%. Er komt bovendien een nieuwe premie voor verplicht uit te voeren archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem.

Downloads