Onderzoek

Bij alle monumenten en stads- en dorpsgezichten, cultuurhistorische landschappen en archeologische sites die voor bescherming in aanmerking komen, beschrijft het agentschap Onroerend Erfgoed na een terreinonderzoek de erfgoedwaarden.  Ook bij archeologische sites moet altijd een waarderend en evaluerend onderzoek gebeuren. Vaak gaat dat gepaard met ingrepen in de bodem, zoals boringen, proefsleuven en proefputten.

Advies

Vooraleer de minister een onroerend goed kan beschermen, moet hij advies vragen aan de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed (VCOE), de betrokken gemeentebesturen en een aantal Vlaamse overheidsadministraties. De minister kan aan deze adviesverplichting voorbijgaan in geval van dringende noodzakelijkheid, bijvoorbeeld bij acute dreiging tot sloop of beschadiging.

Voorlopige bescherming

Bij de voorlopige bescherming neemt de minister een principiële beslissing over het beschermingsvoorstel. De zakelijkrechthouder ontvangt hierover binnen de dertig dagen een aangetekende brief met een kopie van het beschermingsbesluit.

Als het gaat om de voorlopige bescherming van een cultuurhistorisch landschap, worden het publiek en de zakelijkrechthouders onder andere via de media op de hoogte gebracht. Het gemeentebestuur wordt steeds in kennis gesteld van een voorlopige bescherming.

Openbaar onderzoek

Binnen dertig dagen na de kennisgeving van een voorlopige bescherming aan het gemeentebestuur start de gemeente een openbaar onderzoek. Dat geeft iedereen dertig dagen lang de kans om opmerkingen op of bezwaren tegen de voorlopige bescherming kenbaar te maken. Het gemeentebestuur bezorgt deze reacties aan het agentschap Onroerend Erfgoed, dat alle opmerkingen in een afzonderlijk verslag behandelt.

Definitieve bescherming

Het gemeentebestuur bezorgt deze reacties aan het agentschap Onroerend Erfgoed, dat alle opmerkingen in een afzonderlijk verslag behandelt. De minister beslist op basis van alle stukken over een definitieve bescherming. Als hij het op basis van de bezwaren nodig acht, kan hij bijkomend advies vragen aan de VCOE.

Wanneer de bescherming definitief is, ontvangen de betrokken eigenaars en gemeenten het beschermingsbesluit. Bij de definitieve bescherming van een cultuurhistorisch landschap worden enkel de gemeenten in kennis gesteld. Alle voorlopige en definitieve beschermingen verschijnen in het Belgisch Staatsblad.

Behandelingstermijn

De maximale doorlooptijd van de voorlopige bescherming bedraagt negen maanden. Die termijn kan één keer worden verlengd met maximaal drie maanden. Als er na die periode geen besluit tot definitieve bescherming is genomen, vervalt de voorlopige bescherming automatisch. Tijdens de hele periode van voorlopige bescherming, vanaf de ontvangst van de brief met de melding van de voorlopige bescherming, zijn de rechtsgevolgen van de bescherming van toepassing. Bij beschermde cultuurhistorische landschappen is de termijn anders. Daarvoor gelden de rechtsgevolgen vanaf de publicatie van het besluit tot voorlopige bescherming in het Belgische Staatsblad. 

Overgangsmaatregelen

Voor panden en eigendommen die vóór 01.01.2015 voorlopig zijn beschermd, blijft de beschermingsprocedure van het Monumentendecreet van kracht. Dat houdt voornamelijk in dat er geen onderzoeks- of adviesfase voorafgaat aan de voorlopige bescherming. Eens de panden of de eigendommen beschermd zijn, gelden wel de rechtsgevolgen van de nieuwe regelgeving.

Links