Algemene rechtsgevolgen

De algemene rechtsgevolgen gelden voor elke vastgestelde inventaris.

Zorg- en motiveringsplicht voor administratieve overheden

Vertegenwoordig jij een gemeente, een OCMW, overheidsdienst, provincie, … ? Dan moet je zo veel mogelijk zorg in acht nemen voor vastgestelde inventarisitems. Voor alle eigen werken of activiteiten  moet je onderzoeken of ze een directe impact hebben op geïnventariseerd erfgoed.  Je moet ook motiveren welke maatregelen je hebt genomen aan de zorgplicht te voldoen.

Informatieplicht bij de eigendomsoverdracht:

Ben je eigenaar van een goed of een deel ervan dat is opgenomen in een vastgestelde inventaris? Wil je het verkopen of verhuren voor meer dan 9 jaar? Of wil je het inbrengen in een vennootschap, een erfpacht- of opstalrecht overdragen of de eigendom op een andere manier overdragen? Dan moet jijzelf of de notaris in de aktes of overeenkomst vermelden dat het een goed is opgenomen in een vastgestelde inventaris en welke de rechtsgevolgen zijn. Let op: de informatieplicht is niet van toepassing op schenkingen.

De informatieplicht geldt dus voor items uit al onze inventarissen die zijn vastgesteld. Let op! Definitief aangeduide ankerplaatsen worden volgens overgangsbepaling in art. 12.3.15. van het Onroerenderfgoeddecreet ook beschouwd als vastgestelde items in de inventaris Landschapsatlas. Voor aangeduide ankerplaatsen geldt dus ook een informatieplicht.

Of je onroerend goed opgenomen is in een vastgestelde inventaris, kan je nagaan op het geoportaal. Dat is een actuele digitale kaart van Vlaanderen waarop je kan doorklikken naar de databank van beschermde goederen en van inventarisitems.

Meer uitleg over de informatieplicht en enkele voorbeeldformuleringen die je kan gebruiken in aktes, vind je in dit document.

Specifieke rechtsgevolgen

Naast de zorgplicht, de motiveringsplicht en de informatieplicht heeft elke inventaris zijn eigen specifieke rechtsgevolgen.

De inventaris van het bouwkundig erfgoed

De zorgplicht voor administratieve overheden geldt enkel voor bouwkundig erfgoed dat na een openbaar onderzoek is opgenomen in de vastgestelde inventaris, niet voor  bouwkundig erfgoed dat in de periode 2009-2014 werd vastgesteld. Hieraan was namelijk  geen openbaar onderzoek verbonden.

Voor vastgesteld bouwkundig erfgoed gelden nog steeds de volgende rechtsgevolgen, die ook zijn ingebed in andere wetgevingen:

  • Voor gebouwen uit de vastgestelde lijst kan je een afwijking vragen van de normen voor energieprestatie en binnenklimaat als dat nodig is om de erfgoedwaarde van het pand in stand te  houden (het Energiedecreet van 8 mei 2009.
  • Zonevreemde gebouwen uit de vastgestelde lijst kunnen gemakkelijker een nieuwe functie krijgen.  Zo is het mogelijk dat een hoeve in agrarisch gebied een functie krijgt die niet agrarisch is (Besluit van 28 november 2003, art. 10).
  • Wie een gebouw wil afbreken, heeft een stedenbouwkundige vergunning nodig van de gemeente.  Voor gebouwen uit de vastgestelde inventaris moet bij de aanvraag van de sloopvergunning  bijkomend fotomateriaal ingediend worden dat de huidige staat van het pand aantoont. De gemeente kan de sloopvergunning alleen uitreiken nadat ze advies heeft gevraagd over de  erfgoedwaarde van het gebouw. Dit advies voor sloop vraagt ze aan het agentschap Onroerend  Erfgoed, aan de bevoegde dienst van de eigen erkende onroerenderfgoedgemeente, of aan de  intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst waarvan de gemeente deel uitmaakt. Het advies is niet bindend. De vergunningverlener kan ervan afwijken, maar alleen als daar een goede reden  voor is (Besluit van 28 mei 2004, art. 4 en 8 en 17 en 20, 6 en Besluit van 5 juni 2009, art. 1,1°, g en Onroerenderfgoeddecreet art. 4.1.10). Let op: Vanaf 1 januari 2017 moet een gemeente hiervoor geen advies meer vragen aan het agentschap: het advies wordt vervangen door een zorg- en motiveringsplicht voor administratieve overheden.
  • Bij gebouwen in de inventaris wordt sociale huisvesting door renovatie gestimuleerd. In de sociale  woningbouw geldt dat de kosten voor renovatie maximaal 80% van de prijs voor een nieuwbouw van dezelfde omvang mogen bedragen. Als de renovatiekosten hoger zijn, moet het gebouw worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Voor gebouwen uit de vastgestelde lijst geldt die 80%-regel niet en mag de renovatiekost dus hoger zijn (Besluit van 21 december 2012, art. 8, § 2, tweede lid, 3°)

De landschapsatlas

Voor de vastgestelde landschapsatlas gelden enkel de algemene rechtsgevolgen.

De inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde

Wie houtig erfgoed uit de vastgestelde inventaris wil verwijderen of kappen, vraagt bij de gemeente na of hiervoor een vergunning nodig is. Is dat het geval, dan moet de vergunningverlener een advies voor de kapping vragen aan het agentschap Onroerend Erfgoed, de erkende onroerenderfgoedgemeente of aan de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst waarvan de gemeente deel uitmaakt. Dit advies is niet bindend. De vergunningverlener kan ervan afwijken, maar alleen als daar een goede reden voor is (Besluit van 28 mei 2004, art. 4 en 8 en 17 en 20, 6°). Voor items uit de vastgestelde inventaris moet bij de aanvraag tot een kapping ook bijkomend fotomateriaal ingediend worden dat de actuele staat van het houtig erfgoed toont. Let op: Vanaf 1 januari 2017 moet een gemeente hiervoor geen advies meer vragen aan het agentschap: het advies wordt vervangen door een zorg- en motiveringsplicht voor administratieve overheden.

De inventaris van historische tuinen en parken 

Voor de vastgestelde inventaris van historische tuinen en parken gelden behalve de algemene rechtsgevolgen, geen andere rechtsgevolgen.

De inventaris van archeologische zones

Wie werken wil uitvoeren in een vastgestelde archeologische zone, is sneller verplicht tot archeologisch vooronderzoek, al dan niet gevolgd door een opgraving  (art. 5.4.1. en 5.4.2.).

Je bent dan verplicht om bij de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning voor een goed in een vastgestelde archeologische zone, een bekrachtigde archeologienota op te maken wanneer de totale oppervlakte van de ingreep in de bodem 100m² of meer beslaat en de totale oppervlakte van de kadastrale percelen waarop de vergunning betrekking heeft 300m² of meer bedraagt. Dit geldt ook wanneer de betrokken percelen slechts gedeeltelijk gelegen zijn in een archeologische zone die vastgesteld is.

Voor een verkavelingsvergunning ben je verplicht om een bekrachtigde archeologienota op te maken wanneer de totale oppervlakte van de kadastrale percelen waarop de vergunning betrekking heeft 300m² of meer bedraagt. Dit geldt ook wanneer de betrokken percelen slechts gedeeltelijk gelegen zijn in een archeologische zone die vastgesteld is.

Kaart van gebieden waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt

Bij een stedenbouwkundige vergunning of bij een verkavelingsvergunning moet in sommige gevallen een bekrachtigde archeologienota worden gevoegd. Dat moet nooit als de ingreep in de bodem waarvoor de stedenbouwkundige vergunning of de verkavelingsvergunning wordt aangevraagd volledig valt binnen een gebied dat op deze kaart is aangeduid.