Subsidies

Elk erkend onroerenderfgoeddepot kan het een subsidie aanvragen. Hiervoor sluit het depot een samenwerkingsovereenkomst af met het agentschap. De overeenkomst heeft een looptijd van zes jaar en wordt na drie jaar tussentijds geëvalueerd. De subsidie wordt aangevraagd via het gepaste aanvraagformulier en kan jaarlijks ingediend worden tussen 1 januari en 1 september.

Om in aanmerking te komen voor een subsidie gelden, naast de erkenning, een aantal bijkomende voorwaarden:

  • Het depot moet een receptieve functie van gemeentegrensoverschrijdend belang vervullen.
  • Het depot moet minstens beschikken over ofwel een calamiteitennetwerk, ofwel een interdisciplinaire werking, ofwel een thematische werking.
  • Het depot moet bij de subsidiëringsaanvraag ook een meerjarenbegroting indienen met daarin alle te verwachten kosten en opbrengsten.

De jaarlijkse subsidie voor een erkend onroerenderfgoeddepot bedraagt minstens 85.000 euro, eventueel verhoogd met een variabel bedrag, afhankelijk van de schaalgrootte van het bedieningsgebied en de werklast die verbonden is aan het collectiebeheer en –behoud van het depot. Het subsidiebedrag wordt beschikbaar gesteld in de vorm van een voorschot en, na uitvoering van jaarlijks toezicht, een saldo.

Rapportering

Een erkend onroerenderfgoeddepot stelt jaarlijks een verslag op over de inhoudelijke werking van het depot en bezorgt dit aan het agentschap.

Als een erkend onroerenderfgoeddepot niet (meer) voldoet aan zijn erkenningsvoorwaarden, rapporteringsverplichtingen of doelstellingen, ontvangt het van de minister een schriftelijk bezwaarschrift. Het depot krijgt dan twee maanden de tijd om de rapportering te vervolledigen of per motiverende nota uitleg te verschaffen waarom bepaalde engagementen niet zijn nagekomen.

Voor een gesubsidieerd onroerenderfgoeddepot geldt een andere rapporteringscyclus:

  • jaarlijks in functie van de subsidie;

en

  • driejaarlijks in het kader van de tussentijdse- en eindevaluatie van de samenwerkingsovereenkomst.

Evaluatie

De minister kan het agentschap vragen een visitatiecommissie samen te stellen om de werking van het erkend onroerenderfgoeddepot te evalueren. Deze visitatiecommissie kan:

  • alle documenten opvragen die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden;
  • het erkend onroerenderfgoeddepot vragen om toelichting te komen geven;
  • het erkend onroerenderfgoeddepot zelf bezoeken om na te gaan of deze blijft voldoen aan de erkenningsvoorwaarden.

Bij een negatieve evaluatie kan de minister het erkend onroerenderfgoeddepot schorsen voor een termijn van maximaal vier maanden. Dit heeft ook invloed op de receptieve functie: tijdelijke opslag kan dan worden voorzien in overleg met andere erkende onroerenderfgoeddepots.

Het geschorste onroerenderfgoeddepot heeft de mogelijkheid om te reageren en oplossingen te formuleren om aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen. De visitatiecommissie oordeelt of deze oplossingen al dan niet volstaan en formuleert een voorstel tot opheffing van de schorsing of tot intrekking van de erkenning. Op basis van het voorstel neemt de minister een uiteindelijke beslissing. Wordt er geen reactie ontvangen, dan treedt de intrekking van de erkenning in werking.

Het agentschap oefent jaarlijks toezicht uit op de aangewende subsidies van de gesubsidieerde onroerenderfgoeddepots. Wanneer er ernstige tekortkomingen worden vastgesteld, zal het saldo niet of slechts gedeeltelijk uitbetaald worden.

Ook de samenwerkingsovereenkomst met het agentschap wordt geëvalueerd na drie jaar (tussentijdse evaluatie) en zes jaar (eindevaluatie). Als het agentschap bij de tussentijdse evaluatie ernstige tekortkomingen vaststelt, kan het de samenwerkingsovereenkomst vroegtijdig beëindigen. Het recht op subsidie vervalt dan.

Meer informatie

Meer informatie over de rapportage en de evaluatie van een erkend onroerenderfgoeddepot vind je in het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, artikel 3.4.10 tot en met 3.4.17.