Wanneer en hoe aanvragen?

Door het koppelen van de erkenningsaanvraag aan de beleids- en beheerscyclus kan een gemeente vanaf 2017 om de drie jaar een erkenning aanvragen, namelijk in het eerste (2017) en het vierde (2020) jaar van de lokale beleidscyclus.

In eerste instantie dient de gemeente de aanvraag van de erkenning als onroerenderfgoedgemeente als actie op te nemen in de aanpassing van de strategische meerjarenplanning. Aan deze actie wordt de deelrapportagecode OEVBP01 gekoppeld. Opgelet: bij deze code hoort de actie 'indienen van de erkenningsaanvraag'.

Vervolgens koppelt de gemeente onderstaande deelrapportagecodes aan de acties die zijn opgenomen in haar meerjarenplanning om aan te tonen in welke mate deze voldoen aan de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake onroerend erfgoed:

  • Beleidsprioriteit 1 (beleidsvisie): OEVBP02
  • Beleidsprioriteit 2 (vrijwilligerswerking): OEVBP03
  • Beleidsprioriteit 3 (voorbeeldfunctie): OEVBP04
  • Beleidsprioriteit 4 (consultatienetwerk): OEVBP05
  • Beleidsprioriteit 5 (register): OEVBP06

De gemeente kiest zelf welke acties ze toekent aan de verschillende beleidsprioriteiten. Voor de erkenning is het belangrijk dat de gemeente aantoont dat zij voldoet aan de beleidsprioriteiten inzake onroerend erfgoed. Soms is het niet mogelijk om in BBC een actie voldoende duidelijk te omschrijven. In dat geval kan de gemeente aanvullende documenten bezorgen aan het team erkennen en subsidiëren.

De indiening van de aangepaste strategische meerjarenplanning moet gebeuren op uiterlijk 15 januari 2017. Opgelet: de daarop volgende mogelijkheid om een erkenning aan te vragen is pas in het jaar 2020. Wanneer de gemeente de erkenning ontvangt, is deze geldig voor onbepaalde duur, zolang er blijvend wordt ingespeeld op de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake onroerenderfgoedbeleid. Op basis van de jaarlijkse rapportage over de invulling van het engagement wordt de erkenning geëvalueerd.

Beleidsprioriteiten onroerend erfgoed

In de aanpassing van de strategische meerjarenplanning geeft de gemeente aan hoe ze uitwerking geeft aan de onderstaande Vlaamse beleidsprioriteiten over het onroerenderfgoedbeleid door een beschrijving van de acties die de gemeente plant met hieraan gekoppeld de gewenste effecten en indicatoren. Belangrijk is ook dat de gemeente aangeeft op welke manier ze participatie organiseert.

1. De gemeente over een onderbouwde beleidsvisie beschikt die het actief behoud van het onroerend erfgoed op haar grondgebied voor ogen heeft en die complementair is aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid (OEVBP02):

  • deze beleidsvisie is integraal en omvat dus de visie op de zorg voor het archeologisch erfgoed, voor de monumenten en voor de cultuurhistorische landschappen;
  • deze beleidsvisie is geïntegreerd en is dus afgestemd met andere beleidsvelden die raakvlakken hebben met de onroerenderfgoedzorg;
  • deze beleidsvisie houdt rekening met de noden van de aanwezige onroerenderfgoedactoren.

Opmerking: Wanneer de gemeente haar gemeentelijk meerjarenbeleidsplan aanpast of uitbreidt met het onroerenderfgoedbeleid dan kan dit bijvoorbeeld aangetoond worden met een - door de gemeenteraad goedgekeurd - document dat bij de erkenningsaanvraag wordt toegevoegd.

2. De gemeente de vrijwilligerswerking ondersteunt die zich inzet voor het duurzame behoud en beheer en voor de ontsluiting van het onroerend erfgoed op haar grondgebied en acties onderneemt om een lokaal draagvlak voor de onroerenderfgoedzorg te ondersteunen (OEVBP03).

3. De gemeente een voorbeeldfunctie opneemt met betrekking tot het duurzame behoud en beheer van onroerend erfgoed in haar eigendom of onder haar beheer en de visie op dat onroerend erfgoed integreert in de beslissingen en plannen van de gemeente (OEVBP04).

4. De gemeente met het oog op expertiseverwerving een consultatienetwerk uitbouwt met de diensten en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed en een door de gemeenteraad erkende adviesraad, waarin de aanwezige onroerenderfgoedactoren vertegenwoordigd zijn, betrekt bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijke onroerenderfgoedbeleid (OEVPB05).

Opmerking: Als de erkende onroerenderfgoedgemeente deel uitmaakt van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst, dan kan de gemeente via deelrapportagecode OEVBP05 aantonen hoe de IOED de gemeente zal ondersteunen bij het uitschrijven en uitvoeren van het ‘regionaal’ onroerenderfgoedbeleid.

5. De gemeente de toelatingen, meldingen en adviezen, afgeleverd in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, bijhoudt in een digitaal register (OEVPB06).

Links