In Erkenning onroerenderfgoedgemeente

Het onroerend erfgoed binnen de gemeente is eigendom van de gemeente zelf. Heeft het dan zin voor deze gemeente om een erkenning als onroerenderfgoedgemeente aan te vragen?

Een gemeente die erkend wil worden, ontwikkelt een eigen onroerenderfgoedbeleid voor het grondgebied van de gemeente. Dit betekent dat het gemeentebestuur veel belang hecht aan de zorg voor het onroerend erfgoed en daar ook mee wil uitpakken. Dit kan voordelen bieden voor de zichtbaarheid van de gemeente.

Daarnaast neemt een onroerenderfgoedgemeente enkele decretaal bepaalde taken op (Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013):

  • verlenen van welbepaalde toelatingen voor werken aan beschermde onroerend erfgoed;
  • verlenen van bepaalde adviezen voor goederen op de vastgestelde inventaris;
  • ontvangen van meldingen in het kader van het archeologisch traject.

Dit betekent dat de gemeente in deze gevallen geen advies meer moet vragen aan het agentschap en dus ook een grotere vrijheid heeft om deze taken in te vullen.

Een erkende IOED komt in aanmerking voor subsidiëring, een afzonderlijke erkende onroerenderfgoedgemeente niet. Het agentschap Onroerend Erfgoed streeft ernaar om, samen met enkele prioritaire partners, de zorg voor het onroerend erfgoed in Vlaanderen vanzelfsprekend te maken. Het spreekt voor zich dat de lokale besturen, en bij uitstek de erkende onroerenderfgoedgemeenten, als onze prioritaire partners worden beschouwd.

Wat houdt de ondersteuning van de vrijwilligerswerking in?

Een gemeente is vrij om dit zelf in te vullen. Enkele voorbeelden van wat dit kan inhouden: inhoudelijke ondersteuning, financiële ondersteuning, het voorzien van vergaderaccommodatie, logistieke ondersteuning, … Dit kan gaan over kerkfabrieken, heemkundige kringen, Open Monumentendag-comités, …

Mogen dezelfde mensen zowel in het consultatienetwerk als in de adviescommissie zetelen?

Ja, dat kan. Bij het consultatienetwerk denken we eerder aan bepaalde deelgebieden binnen het onroerenderfgoedveld.

Kan een gemeente een bestaande adviesraad gebruiken voor de gevraagde adviesraad die als voorwaarde gesteld wordt in artikel 3.2.1. 5° van het Onroerenderfgoeddecreet?

Dat kan, als de adviesraad de opdracht krijgt van de gemeenteraad om advies te verlenen over onroerend erfgoed én als ze over voldoende expertise beschikt voor de uitvoering van die adviesopdracht.

Kunnen een melding en een toelating voor een niet-stedenbouwkundig werk in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelijktijdig behandeld worden door een erkende onroerenderfgoedgemeente?

Er kan inderdaad aan gedacht worden om bij een melding de nodige stukken te laten indienen die nodig zijn voor de  behandeling van een toelatingsaanvraag. Het agentschap is hier echter geen voorstander van.

Dit heeft immers tot gevolg dat voor alle “melders” de verplichtingen over bij te voegen stukken verzwaard worden. Dat is niet de  bedoeling van de "lichtere" procedure voor een melding.

Artikel 6.3.12 van het Onroerenderfgoedbesluit maakt het voor de “melder” enkel onmogelijk om de handelingen vanaf de 20ste dag na de datum van de  melding aan te vatten wanneer het college van burgemeester en schepenen haar/hem vooraf per beveiligde zending op de hoogte brengt dat de  aangemelde handelingen van aard zijn om de wezenlijke eigenschappen van  het beschermde stads- of dorpsgezicht te verstoren. Wanneer het college van burgemeester en schepenen de melding meteen als  toelatingsaanvraag zou behandelen zonder mededeling per beveiligde zending  dat een toelating vereist is, dan wordt de “melder” ook de mogelijkheid ontzegt om zich in rechte te verweren tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen waarbij geoordeeld wordt dat de aangemelde handelingen van aard zijn om de wezenlijke eigenschappen van het  beschermde stads- of dorpsgezicht te verstoren.

In welke jaren kan ik een aanvraag indienen?

Vanaf 2017 is de aanvraag voor de erkenning van een onroerenderfgoedgemeente gebonden aan de lokale beleids- en beheerscyclus (BBC). Er kan slechts om de drie jaar, namelijk in het 1ste en 4de jaar van de BBC, een erkenning aangevraagd worden. Concreet wil dit zeggen:

De beleidsprioriteiten onroerend erfgoed staan op de website van het agentschap. Er werden ook (deel)rapportagecodes voor onroerend erfgoed toegekend. Kunnen er meerdere codes toegekend worden aan één actie?

Ja, dit is mogelijk. De gebruikte codes zijn:

  • OEVBP01: De actie ‘indienen van de erfkenningsaanvraag’ opnemen in de aanpassing van de strategische meerjarenplanning
  • OEVBP02: Beleidsprioriteit 1 (Beleidsvisie)
  • OEVBP03: Beleidsprioriteit 2 (Vrijwilligerswerking)
  • OEVBP04: Beleidsprioriteit 3 (Voorbeeldfunctie)
  • OEVBP05: Beleidsprioriteit 4 (Consultatienetwerk)
  • OEVBP06: Beleidsprioriteit 5 (Register)

Kan er een visitatiecommissie afgevaardigd worden als er nog geen indicatie is via de rapportering, maar bijvoorbeeld op basis van vaststellingen in het register?

Dit is in principe mogelijk. Een visitatiecommissie wordt wel enkel op verzoek van de bevoegd minister samengesteld. Dit kan op basis van vaststellingen in het register van toelatingen, adviezen en meldingen. Uiteraard moeten deze vaststellingen voldoende zwaarwichtig zijn om een evaluatieprocedure op te starten.

Als een onroerenderfgoedgemeente en een IOED op elkaar steunen voor de uitoefening van hun taken, wat gebeurt er dan met de ene als de erkenning van de andere stopt?

Als de erkenning van de ene wordt ingetrokken, zal ook de andere kunnen worden ingetrokken als de IOED of onroerenderfgoedgemeente daardoor niet meer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet. Dit vereist wel een uitdrukkelijke intrekking door de bevoegd minister.

Het agentschap moet dan, op uitdrukkelijk verzoek van de minister, zowel voor de erkende IOED als voor de erkende onroerenderfgoedgemeente(n) een evaluatieprocedure opgestart hebben of opstarten.

Het lijkt het beste dat, wanneer een erkende IOED wordt geëvalueerd door een visitatiecommissie, tegelijk de opdracht wordt gegeven om alle aangesloten erkende onroerenderfgoedgemeenten te evalueren. Omgekeerd lijkt het minder noodzakelijk dat wanneer een individuele erkende onroerenderfgoedgemeente wordt geëvalueerd, meteen ook de erkende IOED moet worden geëvalueerd. Dit zijn echter beleidskeuzes die gemaakt moeten worden op het ogenblik dat er onregelmatigheden worden vastgesteld.