In Erkenning IOED

Welke bewijsstukken zijn er nodig om te motiveren dat alle deelnemende gemeenten akkoord gaan met hun deelname aan de intergemeenteijke onroerenderfgoeddienst?

De intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst moet opgericht zijn volgens het decreet op Intergemeentelijke Samenwerking (IGS). Het is belangrijk voor het agentschap om duidelijkheid te hebben over het akkoord van elke gemeente over de instap in dit intergemeentelijk samenwerkingsverband.

Daarom vragen wij om bij de aanvraag tot erkenning als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst, de gemeenteraadsbeslissingen toe te voegen waarin de oprichting en toetreding tot de IOED duidelijk werden opgenomen.

Wanneer kan een aanvraag tot erkenning ingediend worden en wanneer kan een samenwerkingsovereenkomst aangegaan worden?

Kunnen na de erkenning van een IOED nog nieuwe gemeenten aansluiten? Wanneer een IOED klein zou willen starten maar op termijn nieuwe gemeenten wil overtuigen om aan te sluiten, klopt het dan dat dit geen probleem is voor de erkenning van de dienst, op voorwaarde dat de nieuw aangesloten gemeentes binnen het gemeenschappelijk erfgoedpakket passen?

Er kunnen inderdaad nieuwe gemeenten later aansluiten bij de IOED, maar dan moet een nieuwe erkenningsaanvraag worden ingediend. Als de IOED subsidies wil ontvangen moet ook de samenwerkingsovereenkomst met het agentschap worden vernieuwd. Het heeft dus wel wat voeten in de aarde om uit te breiden met één of meerdere gemeenten.

Wat zijn de concrete stappen die ondernomen moeten worden bij een uitbreiding van het werkingsgebied? Welke termijnen hangen hieraan vast?

Bij een uitbreiding van het werkingsgebied moet in de eerste plaats een nieuwe erkenningsaanvraag worden ingediend (voor 15 januari). Daarna zal ook de samenwerkingsovereenkomst met het agentschap worden aangepast en moet een nieuwe subsidieaanvraag worden ingediend. De indieningsdatum voor de subsidieaanvraag is vastgesteld op uiterlijk 1 juli, maar de subsidie- en erkenningsaanvraag kunnen ook gelijktijdig worden ingediend.

Deze aanpassingen in de samenwerkingsovereenkomst en de subsidieregeling zijn slechts om de drie jaar mogelijk, namelijk in het eerste en het vierde jaar van de lokale beleids- en beheerscyclus (BBC).

Dit wil bijvoorbeeld zeggen dat voor een uitbreiding van het werkingsgebied van een reeds erkende IOED uit 2016, ten laatste in januari 2017 (4de jaar van de beleidscyclus) een nieuwe erkenning kan worden aangevraagd voor de periode 2017-2020. De bijhorende subsidieaanvraag voor 2018-2020 en de aangepaste samenwerkingsovereenkomst zal dus in oktober 2017 pas kunnen worden goedgekeurd. Het eerste subsidiebedrag wordt dan in 2018 uitgekeerd. Na 2017 is het pas in 2020 mogelijk om een nieuwe samenwerkingsovereenkomst op te starten met het agentschap.

Kan een gemeente overstappen van de ene naar de andere IOED of bij meerdere IOED’s tegelijkertijd aansluiten?

In de regelgeving wordt niet expliciet gesteld dat een gemeente niet in twee of meerdere erkende IOED's kan instappen. Het indienen van een onroerenderfgoedbeleidsplan is voor een IOED verplicht. Dit onroerenderfgoedbeleidsplan stelt een gezamenlijke visie en een gezamenlijk plan van aanpak voorop. Dit beleidsplan is ook integraal en omvat dus de zorg voor zowel het archeologisch erfgoed, als voor de monumenten en de cultuurhistorische landschappen. Als aan deze erkenningsvoorwaarden wordt voldaan, lijkt het onmogelijk om dit binnen twee IOED’s te realiseren met twee verschillende onroerenderfgoedbeleidsplannen, met een integrale visie en plan van aanpak. Een gemeente kan geen twee verschillende visies hebben op het onroerenderfgoedbeleid voor de gemeente. Wanneer de beleidsplannen van de twee IOED's identiek zijn, dan lijkt het opportuun om de twee IOED's te laten samengaan.

Als een gemeente wil overstappen van de ene IOED naar een andere, dan is dat een eigen beslissing van deze gemeente. De gemeente dient dan zelf te bekijken of dit mogelijk is (volgens het statuut van de intergemeentelijke dienst in kwestie) en op welke manier zij dit wil realiseren.

Wat zijn de diplomavereisten voor de gevraagde expertise die als voorwaarde voor een erkenning gesteld wordt in artikel 3.3.2.4° van het Onroerenderfgoeddecreet?

De IOED dient over voldoende expertise te beschikken om het onroerenderfgoedbeleidplan uit te voeren. Er zijn geen bijkomende bepalingen op welke manier deze expertise moet ingevuld worden, daar is de IOED vrij in. De IOED moet wel het integrale karakter van haar werking en de uitvoering van het beleidsplan kunnen garanderen.

Kunnen een regionaal landschap/projectvereniging/… en een IOED ondergebracht worden in 1 constructie? Worden deze dan vrijgesteld van het decreet op intergemeentelijke samenwerking (IGS)?

Een regionaal landschap of projectvereniging kan in aanmerking komen om erkend te worden als IOED, maar de IOED moet het formeel statuut van intergemeentelijk samenwerkingsverband (IGS) hebben. Dit moet duidelijk opgenomen zijn in de statuten. Als ze niet aan deze voorwaarde voldoen, dan is het aanvraagdossier onontvankelijk. Ze worden dus niet vrijgesteld van het decreet op intergemeentelijke samenwerking.

Wordt er ook een (minimale) inbreng verwacht van de leden van het samenwerkingsverband? M.a.w. moeten de deelnemende gemeenten hier financieel toe bijdragen?

Het uitvoeringsbesluit van 16 mei 2014 zegt niets over de wijze van financiering van het intergemeentelijke samenwerkingsverband. Dit is een autonome beslissing van het samenwerkingsverband.