Als initiatiefnemer van een bouwproject of verkaveling heb je twee keuzes in de aanloopperiode naar de nieuwe regelgeving, indien je overweegt om nu al archeologisch vooronderzoek te laten uitvoeren, maar je de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag pas zal indienen na de inwerkingtreding van het hoofdstuk archeologie van het Onroerenderfgoeddecreet:

Ofwel werk je toch niet proactief, en wacht je tot het hoofdstuk archeologie definitief in werking is, om op dat moment via een erkend archeoloog conform de nieuwe regels een vooronderzoek te laten uitvoeren, een archeologienota te laten opstellen en deze te laten bekrachtigen, waarna je ze bij je aanvraag voegt;
Ofwel werk je wel proactief en laat je nu al een vooronderzoek uitvoeren conform de huidige regels, maar laat je de resultaten daarvan later door een erkend archeoloog omvormen tot een archeologienota. Dat doet hij op basis van een bureauonderzoek van het bestaande rapport. Die archeologienota voeg je dan na bekrachtiging bij je vergunningsaanvraag, eens hoofdstuk 5 van het Onroerenderfgoeddecreet in werking is getreden.

Als je weet dat je je vergunningsaanvraag al zal indienen voorafgaand aan de nieuwe regelgeving moet je niets extra doen. Een archeologienota is dan immers nog niet nodig, en je aanvraag zal onderworpen worden aan een advies vanwege Onroerend Erfgoed. Daarover lees je hier meer (link huidige regelgeving archeologie voor bouwheren).

Richtlijn 1: Het is niet mogelijk om archeologienota’s op te laten maken, noch te laten bekrachtigen, voorafgaand aan de inwerkingtreding van het hoofdstuk archeologie van het Onroerenderfgoeddecreet.

Richtlijn 2: Het is niet mogelijk om rapporten van archeologisch vooronderzoek, opgesteld overeenkomstig het huidige Archeologiedecreet en de Minimumnormen, ongewijzigd in te dienen als archeologienota.

Richtlijn 3: Indien je toch al proactief vooronderzoek wil laten uitvoeren voorafgaand aan de inwerkingtreding van het hoofdstuk archeologie, dan laat je dat doen overeenkomstig het Archeologiedecreet, inclusief de rapportering over het vooronderzoek. Je laat nadien, na inwerkingtreding van het hoofdstuk archeologie van het Onroerenderfgoeddecreet, door een erkend archeoloog een archeologienota opstellen door middel van een bureauonderzoek van de rapportering over het eerder uitgevoerde vooronderzoek. Dat bureauonderzoek en de archeologienota moeten voldoen aan de Code van Goede Praktijk en uitgevoerd worden door een erkende archeoloog, het initiële vooronderzoek niet. Dat volgt de huidige regelgeving.