14C: dateren met radiokoolstof. Een handleiding

Het is vaak de eerste vraag die gesteld wordt bij archeologisch onderzoek: uit welke periode komen de vondsten? Waar zitten we op de tijdslijn: in het verre of nabije verleden? Stenen werktuigen, metalen sierraden of scherven van aardewerk geven vaak een eerste, goed idee maar soms is dat niet mogelijk of is de inschatting niet precies genoeg.

Gelukkig biedt natuurwetenschappelijk onderzoek dan een uitkomst, door organische vondsten te dateren zoals dierenbot, houtskool of plantenzaden. Alles wat uit koolstof bestaat, kan immers via een ingenieuze methode op zijn juiste chronologische plaats worden gezet. Het meten van het gehalte aan de radioactieve vorm van koolstof is daarbij de sleutel tot het dateringssucces. Dit vraagt om een zorgvuldige aanpak. Men boekt de beste resultaten wanneer men de juiste stalen neemt, uit de meest geschikte archeologische contexten. Bovendien moeten de meetresultaten met deskundigheid worden bewerkt en geïnterpreteerd. De veel gebruikte Oxcal-software biedt een waaier aan mogelijkheden, maar is voor de beginnende gebruiker vaak een uitdaging.

Een handleiding rond radiokoolstofdatering - en een toegankelijke introductie tot OxCal om de bekomen dateringen verder te interpreteren - was dus nog een manco binnen de Vlaamse archeologie. Daaraan is nu verholpen met de publicatie van ‘14C: dateren met radiokoolstof’, gratis te raadplegen in ons Open Archief.

Auteur(s) 
Kristof Haneca, Anton Ervynck en Mark Van Strydonck
Publicatiedatum 
Maart 2019