Onderzoeksrapport over traditionele graslandbevloeiing in Vlaanderen

Vóór de opkomst van de kunstmeststoffen aan het eind van de 19de eeuw was het in Europa algemeen gebruikelijk om graslanden langs beken en rivieren tijdens het winterhalfjaar te bevloeien. Men deed dit om verschillende redenen, zoals het bemesten van de bodem, het verbeteren van de bodemstructuur, het beschermen van het gras tegen vorst en het bestrijden van ongewenste planten en dieren. Na de Tweede Wereldoorlog werd de traditionele graslandbevloeiing bijna overal stopgezet omdat het bevloeien niet meer rendabel was. Tegenwoordig is deze eeuwenoude landbouwtechniek uit het collectieve geheugen verdwenen. Op veel plaatsen zijn echter nog steeds relicten van traditionele graslandbevloeiing herkenbaar in het landschap. Deze relicten maken deel uit van ons agrarisch en landschappelijk erfgoed en hebben vaak ook een grote ecologische waarde.

De laatste jaren is de belangstelling voor traditionele graslandbevloeiing in Europa sterk toegenomen, wat o.m. tot uiting komt in het toenemend aantal publicaties over dit onderwerp. In Vlaanderen is vooral onderzoek gedaan naar de vloeiweiden die tussen 1845 en 1860 langs het Kempisch Kanaal werden aangelegd. Onze historische kennis over de graslandbevloeiing langs beken en rivieren vertoont echter nog grote lacunes. Daardoor worden relicten van traditionele graslandbevloeiing vaak niet als zodanig herkend. Gebrek aan historisch inzicht kan ertoe leiden dat deze relicten verloren gaan. Om deze kennislacunes te dichten, voerden we in 2019-2021 een onderzoek naar de traditionele graslandbevloeiing in Vlaanderen, waarvan de resultaten in dit rapport gepresenteerd worden. Alle Vlaamse provincies worden erin behandeld en de onderzochte periode reikt van de volle middeleeuwen tot het midden van de 20ste eeuw.

Auteur(s) 
Thomas Van Driessche
Publicatiedatum 
Oktober 2021