Regelgeving in opmaak

Het beleidsveld onroerend erfgoed zit niet stil. Op deze pagina vind je de ontwerpteksten van de regelgeving in voorbereiding.

Wijzigingen aan de onroerenderfgoedregelgeving naar aanleiding van de ex-post evaluatie

Op 14 juli 2017 keurde de Vlaamse Regering de conceptnota “aanpassing Onroerenderfgoeddecreet naar aanleiding van de ex-post evaluatie” goed. Deze nota stelt in grote lijnen enkele aanpassingen aan het Onroerenderfgoeddecreet en het Onroerenderfgoedbesluit voor na evaluatie van de resultaten van het Onroerenderfgoeddecreet voor de periode 2015-2016. In antwoord op de conceptnota zijn het decreet en besluit ook effectief aangepast.

    Wijzigingen aan het Onroerenderfgoeddecreet

    Op 30 maart 2018 gaf de Vlaamse Regering haar definitieve goedkeuring aan de voorziene wijzigingen, waarna de parlementaire behandeling werd opgestart. Het Vlaams Parlement keurde het wijzigingsdecreet op 4 juli 2018 goed. Enkele wijzigingen, zoals de aanpassingen van de beschermingsprocedure en de nieuwe verplaatstingsprocedure, traden al op 6 september 2018 in werking. 

    Wijzigingen aan het Onroerenderfgoedbesluit

    Op 14 december 2018 keurde de Vlaamse Regering het wijzigingsbesluit van het Onroerenderfgoedbesluit definitief goed. De wijzigingen treden gefaseerd in werking.

    De belangrijkste wijzigingen die in werking treden op 1 januari 2019:

    • Om de planlast te verminderen is een goedgekeurd beheersplan enkel nog verplicht bij premie-aanvragen voor beschermde stads- en dorpsgezichten, landschappen en archeologische sites, en voor meerjarige subsidieovereenkomsten. De verplichting wordt vanaf 1 januari 2022 ook verruimd tot UNESCO-Werelderfgoed. Zo hebben de betrokken actoren de tijd om - indien nodig - een beheersplan op te maken.
    • De onderzoekspremie voor de opmaak van een beheersplan verdwijnt.
    • De erfgoedpremiecategorie van 80 procent verdwijnt. De 60%-categorie, eerst beperkt tot ZEN-erfgoed en onderwijsgebouwen, wordt verruimd tot beschermde gebouwen die bestemd zijn voor een erkende eredienst, beschermde goederen met een publieksfunctie in eigendom van een gemeente, autonoom gemeentebedrijf, OCMW, welzijnsvereniging of een sociale huisvestingsmaatschappij, open erfgoed en opengestelde, maalvaardige molens.
    • Aanvullende premies van 10 procent zijn mogelijk voor voorbeeldige beheerders en voor vzw’s die het herstel en beheer van beschermd erfgoed tot doel hebben.
    • De erkenningen van onroerenderfgoedgemeenten, intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten en onroerenderfgoeddepots zullen fusievriendelijker worden. Wijzigingen aan de erkenningsvoorwaarden, subsidievoorwaarden en rapporteringstermijnen die gelieerd zijn aan de lokale beleids- en beheerscyclus zullen pas in werking treden op 1 januari 2020.

    De belangrijkste wijzigingen die in werking treden op 1 april 2019:

    • De erkenning van archeologen krijgt een onderverdeling in twee types: een eerste type erkenning voor archeologen die alle vormen van archeologisch onderzoek mogen uitvoeren en een tweede type erkenning voor archeologen die enkel vooronderzoeken zonder ingreep in de bodem mogen uitvoeren en daar archeologienota’s over mogen melden. Zo zullen er meer archeologen in aanmerking komen voor een erkenning.
    • De procedure voor het toezicht op de erkenning van archeologen ondergaat een herziening.
    • In plaats van de bekrachtiging van archeologienota’s komt er een meldingsplicht.
    • Het aantal vrijstellingen van archeologisch vooronderzoek krijgt een uitbreiding.
    • De premie voor buitensporige opgravingskosten krijgt een verhoging tot 80%. Er komt bovendien een nieuwe premie voor verplicht uit te voeren archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem.