Samen de praktijk uittekenen

In het voorjaar van 2022 startte de vertaling van de principes uit de Visienota Lokaal Onroerenderfgoedbeleid naar de dagelijkse praktijk. Vertegenwoordigers van lokale besturen en het agentschap zitten daarvoor aan tafel in thematische werkgroepen.

Doel: We verankeren de nieuwe mogelijkheden voor lokaal onroerenderfgoedbeleid in de dagelijkse werking

In 2021 keurde de Vlaamse regering de Visienota Lokaal Onroerenderfgoedbeleid goed. De nota beschrijft het kader waarbinnen lokale besturen meer ruimte en bevoegdheden krijgen om een eigen onroerenderfgoedbeleid op te zetten en uit te voeren.

De doorvertaling naar de regelgeving is intussen afgerond. Het concreet vormgeven van de principes uit die visienota in de werking van zowel de lokale besturen als het agentschap Onroerend Erfgoed is volop aan de gang.

Hoe: Naar concrete werkwijzen in acht thematische werkgroepen

Via een oproep zochten we collega’s uit lokale administraties om samen met ons de verschillende thema’s uit de Visienota te vertalen naar de dagdagelijkse werking. Dit gebeurt in acht thematische werkgroepen.

We bouwen verder op de resultaten uit 2021. Experts van lokale besturen en het agentschap hebben toen de scenario’s uitgewerkt voor een vernieuwd partnerschap voor onroerend erfgoed. De resultaten zijn gebundeld in een eindrapport aan de bevoegde minister, die zich achter de gedragen voorstellen van de werkgroepen schaarde.

Nu werken we die scenario’s verder uit tot een concrete dagelijkse aanpak. Wat verwachten we van mekaars dienstverlening? Hoe gieten we de scenario’s in efficiënte processen die een goede samenwerking mogelijk maken? Wat moeten IT-systemen kunnen om daarbij te helpen?

Daarvoor werken vertegenwoordigers van lokale besturen en het agentschap opnieuw samen in thematische werkgroepen. We bouwen verder op de zes thema’s uit het eerdere participatieve traject en voegen er twee nieuwe aan toe, zodat alle processen aan bod komen.

De werkgroepen gaan in op volgende thema’s:

  1. Lokale besturen krijgen een stem bij de voorbereiding van het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid, zoals in de aanloop naar een beleidsnota of bij de opmaak van regelgeving.
    Hoe organiseren we die consultatie? Via welk kanaal? Hoe komen we tot een representatieve vertegenwoordiging?
    Dit thema pakken we in de loop van 2023 en 2024 aan. De nakende Vlaamse en lokale verkiezingen bieden daar het ideale momentum voor. 
  2. Lokaal onroerenderfgoedbeleid moet zichtbaarder zijn in de beleidsmonitoring van het agentschap. Lokale besturen krijgen cijfermatig meer houvast.
    Welke indicatoren houden we samen bij? Hoe verzamelen we de nodige gegevens? Hoe ontsluiten we ze?
    Samen met de lokale besturen en de provincies kozen we voor het platform ‘Provincies in cijfers’ om in de toekomst indicatoren en cijfergegevens te ontsluiten op lokaal niveau. We stelden een eerste lijst op van data die we willen ontsluiten. Intussen werken we verder aan de technische modaliteiten zodat we tegen de volgende lokale beleidscyclus effectief van start kunnen gaan. 
  3. Lokale besturen krijgen de kans om een meer georganiseerde rol op te nemen in het onderzoek bij archeologische toevalsvondsten.
    Welke rol kunnen en willen lokale besturen opnemen? Hoe geven we de samenwerking vorm in een overeenkomst? Hoe gaan we om met logistieke kosten?
    We bepaalden in overleg welke rollen een lokaal bestuur kan en wil opnemen bij het onderzoek van toevalsvondsten. Op basis daarvan kwamen we tot zes mogelijke samenwerkingsvormen. Die vertalen we nu door in samenwerkingsovereenkomsten en processen. Tegen het einde van 2023 kunnen de eerste lokale besturen formaliseren welke rol ze wensen op te nemen. 
  4. Lokale besturen kunnen gebruik maken van de IT-toepassingen van het agentschap om bouwkundig en landschappelijk erfgoed te inventariseren en vast te stellen.
    Hoe verloopt de instapprocedure? Hoe geven we een gebruikersovereenkomst vorm? Welke afspraken maken we over rechten en rollen? Hoe verloopt een gezamenlijk beheer van de toepassingen en de data?
    Sinds 1 januari 2023 kunnen lokale besturen toegang krijgen tot de Inventaris Onroerend Erfgoed en de Beeldbank. Daarvoor pasten we onze IT-systemen aan, werkten we samen een on-boardingprocedure uit en stelden we een gebruikersovereenkomst op. De eerste lokale besturen doorlopen momenteel het proces om toegang te krijgen. In 2023 focussen we op het proces voor de invoer en het beheer van vaststellingsbesluiten, vastgestelde items en toelatingsplichten. Tegelijk werken we de technische en inhoudelijke ondersteuning verder uit. 
  5. Lokale besturen krijgen een stem in de keuze van thema’s voor toekomstige beschermingen en zijn betrokken bij de opmaak van beschermingsdossiers.
    Hoe organiseren we die dialoog? Welke bijdrage kunnen en willen lokale besturen leveren bij het in kaart brengen, selecteren en uitwerken van beschermingen?
    We bedachten samen een aanpak om beschermingsthema’s te selecteren en een selectiecommissie samen te stellen. Daarnaast maakten we een fiche op om de weging van thema’s te ondersteunen. We doorlopen momenteel de eerste keer deze nieuwe werkwijze. Vanaf de zomer bekijken we samen met alle lokale besturen hoe zij kunnen bijdragen aan de uitwerking van beschermingsthema’s en beschermingsvoorstellen. 
  6. Lokale besturen krijgen een grotere rol bij de handhaving voor onroerend erfgoed.
    Hoe bakenen we de rollen af? Hoe zorgen we voor goede informatiedoorstroming? Hoe kunnen we informatie uit de monitoring van de staat van het erfgoed delen en beter benutten?
    Samen met lokale en Vlaamse handhavers bakenden we de rollen af en tekenden we procedures uit. Voor de IT-matige ondersteuning van de informatiestroom gaven we input aan het gecentraliseerde Handhavingsplatform dat de Vlaamse overheid momenteel uitbouwt. In 2023 besteden we aandacht aan de invulling van de erkenningsvoorwaarde voor onroerenderfgoedgemeenten, de actualisatie van de handhavingsprioriteiten en organiseren we een opleiding en netwerkmoment. 
  7. De voorwaarden voor erkenning en subsidiëring van intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten en onroerenderfgoedgemeenten wijzigen.
    Hoe geven we die nieuwe of aangepaste aanvraagprocedures vorm? Hoe ziet de samenwerkingsovereenkomst van de toekomst er uit? Hoe verloopt rapportering?
    Het aanvragen van een erkenning en subsidie voor onroerenderfgoedgemeenten hebben we uitgerold. Ook bereikten we duidelijkheid over de vorm en inhoud van de bijhorende samenwerkingsovereenkomst. Momenteel timmeren we verder aan de rapportering door erkende gemeenten en de opvolging van de erkenning. We startten intussen ook hetzelfde traject op voor de intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten. Daarmee landen we in 2024. 
  8. Lokale besturen krijgen ondersteuning bij hun onroerenderfgoedbeleid.
    Welke vormen van ondersteuning zijn cruciaal? Op welke manier krijgt dergelijk ondersteuningsaanbod best vorm?
    We herwerkten onze webpagina’s voor lokale besturen  en namen daar alle nuttige handleidingen en kaders op. Ook vernieuwden we onze nieuwsbrief voor de doelgroep en scherpten we onze contactpagina’s aan. Zo verloopt de communicatie duidelijker. We brachten samen in kaart welke noden voor ondersteuning er lokaal leven en welk aanbod er al bestaat. Nu focussen we ons op geschikte werkvormen voor overleg en uitwisseling, stellen we een eerste kalender op voor handleidingen en vormingsmomenten en bekijken we hoe we zo een programma actueel kunnen houden. 

De vertegenwoordiging vanuit de lokale besturen kwam tot stand via een oproep, waarbij enthousiaste medewerkers van gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden zich aanboden om die rol op te nemen. De deelnemers vormen een evenwichtige vertegenwoordiging, met aandacht voor de diversiteit van het lokale erfgoedlandschap. Een overzicht vind je onderaan deze pagina.

De vertegenwoordigers zullen niet alleen spreken uit hun eigen ervaring maar ook input verzamelen en voorstellen aftoetsen via hun netwerk. Wil je zelf onderwerpen op tafel leggen, oplossingen aanreiken of op de hoogte blijven van de besprekingen, contacteer dan zeker een van hen.

Het traject waarmee we samen vorm geven aan de toekomstige dagelijkse praktijk en onze vernieuwde samenwerking startte in 2022, maar loopt zeker nog verder in 2023 en zelfs 2024.