Taakverdeling bij het inventariseren en vaststellen van bouwkundig erfgoed

Het inventariseren van bouwkundig erfgoed op geografische basis, per gemeente, stad of regio, is een taak van de lokale overheden. Op 1 januari 2017 gaf het agentschap Onroerend Erfgoed deze taak door aan de steden en gemeenten. Voor erkende onroerenderfgoedgemeenten is het sinds 2020 een verplichting om het onroerend erfgoed in hun gemeente te inventariseren (Artikel 3.2.1., 6° van het Onroerenderfgoedbesluit). Andere steden en gemeenten nemen deze taak vrijblijvend op, vanuit hun lokale erfgoedbeleid. Intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten (IOED’s) kunnen hen daarbij ondersteunen.

Het vaststellen van de inventaris bouwkundig erfgoed  is de taak van het agentschap Onroerend Erfgoed, dat daarmee het beleid van de bevoegde minister uitvoert. We organiseren de vaststellingsprocedure per provincie. De provincies Limburg en Antwerpen doorliepen al de volledige procedure. In 2021 werken we de procedure af voor de provincie Vlaams-Brabant. Ondertussen bereiden we de vaststellingsprocedures voor de provincies Oost- en West-Vlaanderen voor. Minister Matthias Diependaele wil de inventarissen van deze twee provincies binnen zijn regeerperiode op dezelfde manier vastgesteld zien als die in de andere provincies. In 2023 verwachten we een ondertekend vaststellingsbesluit voor Oost-Vlaanderen, in 2024 plannen we een besluit voor West-Vlaanderen.