Een kleine munt, oude funderingen of een grote potscherf kan de plaats aanduiden van een archeologische site. Ontdek je per toeval zo’n archeologische vondst? Dan ben je verplicht dit binnen drie dagen te melden aan het agentschap. Je gebruikt hiervoor het digitale formulier. 

Wat is een archeologische toevalsvondst?

Een toevalsvondst is een vondst die toevallig aan het licht komt, dus niet tijdens een archeologisch onderzoek of door het zoeken met een metaaldetector. Zulke voorwerpen en hun context kunnen door onderzoek kennis opleveren over het verleden van de mens en zijn omgeving.

De melding van archeologische toevalsvondsten is wettelijk verplicht volgens artikel 5.1.4 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.

Procedure

Je bent verplicht om de vondst binnen de drie dagen te melden aan het agentschap. Je beschermt de vondst en haar vindplaats tot tien dagen na het vinden. Wij komen zo snel mogelijk ter plaatse om de vondst te onderzoeken. Op basis van dat onderzoek kan de termijn van tien dagen verlengd of ingekort worden. Dit onderzoek wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid.

In de praktijk is het moeilijk om een belangrijke van een onbelangrijke vondst te onderscheiden. Meld daarom beter te veel dan te weinig. Want wat eerst niet interessant lijkt, kan later van groot belang zijn.

Vuistregels

  • Meld ons alleen dingen die je gevonden hebt in Vlaanderen.
  • Meld niet alleen de ‘mooie’ vondsten uit een geheel van vondsten, maar alle vondsten.
  • Vind je menselijke resten, stop dan onmiddellijk met de werken. Ook wanneer je twijfelt of het aangetroffen botmateriaal menselijk van oorsprong is. Verwittig de politie (op het noodnummer 112). Zij komt ter plaatste om de nodige vaststellingen te doen en, indien nodig, het parket in te schakelen. 

Niet elke gemelde toevalsvondst leidt tot een archeologische opgraving

In de periode 2018-2023 leidde gemiddeld 10 tot 15% van de gemelde toevalsvondsten tot een archeologische opgraving. We voeren dus een stevige selectie door.

Elke gemelde toevalsvondst wordt in de eerste plaats geëvalueerd op het potentieel tot kenniswinst. Die evaluatie doen we liefst samen met lokale  experten en op basis van de Centrale Archeologische Inventaris (CAI) en de Onderzoeksbalans Archeologie. Enkel wanneer er een potentieel tot kenniswinst is - dat wil zeggen dat het onderzoek ons nieuwe inzichten zal bijbrengen over het functioneren van de maatschappij in vroegere tijden - wordt overgegaan tot het archeologisch onderzoeken van de gemelde vondsten.

Enkel het deel van het bodemarchief dat door de geplande werken vernield zal worden wordt onderzocht. Bodemarchief dat in situ aanwezig blijft na de werken, laten we dus ongemoeid. Dat is soms moeilijk te begrijpen voor geïnteresseerden in archeologie maar door behoud in situ wordt het bodemarchief het best bewaard, een archeologische opgraving blijft een noodoplossing.

Als er maar een beperkt potentieel tot kenniswinst is dan beperkt onze interventie zich tot het documenteren van de terreinwaarneming en het registreren van de waargenomen data in de CAI. Dit is trouwens altijd de aanpak wanneer de waargenomen sporen in situ aanwezig blijven en dus niet worden weggegraven.

Het potentieel tot kenniswinst evalueren is geen gemakkelijke oefening. Het is niet altijd meteen duidelijk welke kennis er al is over de waargenomen archeologische sporen. Om hier snel een zicht op te krijgen hebben lokale experten vaak een belangrijke inbreng.

Metaaldetectievondsten zijn geen toevalsvondsten

Een archeologische toevalsvondst en een metaaldetectievondst zijn niet hetzelfde. Een erkende metaaldetectorist of magneetvisser moet zijn metaaldetectievondsten melden via een aparte online meldingstool. Er geldt een andere procedure voor metaaldetectievondstmeldingen. Zo is er bijvoorbeeld geen meldingsplicht binnen de drie dagen.

Folder over archeologische toevalsvondsten

Deze folder maakt je wegwijs in de regelgeving over archeologische toevalsvondsten.