Wat wijzigt er vanaf 2026 voor de IOED's?

Vanaf 2026 wijzigt de regelgeving in het kader van het Lokaal Onroerenderfgoedbeleid. Daarnaast werden ook de procedures en formulieren aangepast. Meer duiding bij de wijzigingen nodig? Download dan onderaan de inspiratienota.

Erkenning

Vanaf 2026 zijn er nieuwe ontvankelijkheids- en erkenningsvoorwaarden. Die gelden zowel voor IOED’s die een nieuwe erkenning aanvragen als voor bestaande IOED’s. 

De ontvankelijkheidsvoorwaarden zijn: 

  • opgericht zijn conform het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur 
  • voldoen aan de toepasselijke regelgeving en afbakeningen van de referentieregio’s 
  • voldoen aan één van de volgende voorwaarden: 
    • minstens 100.000 inwoners tellen die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van de gemeenten die deel uitmaken van het werkingsgebied van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst 
    • een werkingsgebied van minstens 250 km² omvatten. Als de oppervlakte van de bijbehorende referentieregio minder dan 500 km² bedraagt, volstaat het dat het werkingsgebied van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst minstens 50% van de oppervlakte van de referentieregio omvat 

De erkenningsvoorwaarden zijn: 

  • beschikken over een gezamenlijke omgevingsanalyse. Deze biedt de basis om de gezamenlijke beleidsvisie en acties te ontwikkelen 
  • beschikken over een gezamenlijke onderbouwde beleidsvisie die: 
    • complementair is aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid 
    • het behoud, het gebruik en de herbestemming van het onroerend erfgoed dat op het grondgebied ligt van de aangesloten gemeenten beoogt 
    • integraal is  
    • geïntegreerd is 
    • rekening houdt met de noden van de gemeenschap 
  • draagvlak creëren voor de gezamenlijke beleidsvisie voor onroerend erfgoed 
  • over de nodige expertise beschikken voor een kwalitatieve opmaak en uitvoer van zijn beleidsvisie voor onroerend erfgoed 
  • een consultatienetwerk uitbouwen met relevante diensten en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed met het oog op expertiseverwerving 

Hoe vraag je een erkenning aan?

Momenteel werken we hard aan de sjablonen. Binnenkort kan je hier het sjabloon voor de erkenningsaanvraag terugvinden.

Een erkenning aanpassen

Wijzigt er iets administratief? Of wijzigt de samenstelling? Hiervoor bezorg je het agentschap een aanpassing van de erkenning. Momenteel werken we hard aan de sjablonen. Binnenkort kan je hier het sjabloon voor de aanpassing van de erkenning terugvinden.

Opgelet!

Wat als je als erkende IOED door de wijziging van samenstelling niet meer voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden op vlak van werkingsgebied (100.000 inwoners of 250 km²) die vanaf 2026 gelden? Je krijgt in dat geval twee jaar de tijd om terug aan de voorwaarden te voldoen. Dat kan bijvoorbeeld door de toetreding van nieuwe gemeenten. Deze maatregel geldt enkel als de IOED verder nog steeds voldoet aan alle andere ontvankelijkheids- en erkenningsvoorwaarden. Lukt het niet om binnen de twee jaar weer te voldoen aan de voorwaarden, dan wordt je erkenning ingetrokken.

Subsidie

Vanaf 2027 verhoogt de structurele Vlaamse subsidie. Vanaf dan krijgt een IOED 120.000 euro. Een extra voorwaarde vanaf 2027 is dat de gemeenten die lid zijn samen gedurende de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst jaarlijks minstens eenzelfde bedrag bijdragen aan de werking van de IOED. De gemeenten bepalen onderling en in volle onafhankelijkheid de onderlinge verdeelsleutel, en hoeveel elk bijdraagt aan de 120.000 euro die de gemeenten minstens moeten bijleggen.  

De subsidie mag vanaf 2027 enkel nog gebruikt worden voor het werven van eigen personeel. 

Het uiterste indienmoment voor de subsidieaanvraag wordt vervroegd naar 15 januari van het eerste of het vierde jaar van de lokale beleidscyclus. In het eerste geval heeft de samenwerkingsovereenkomst een looptijd van zes jaar. In het tweede geval heeft de samenwerkingsovereenkomst een looptijd van drie jaar. De samenwerkingsovereenkomst vangt aan op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de subsidieaanvraag is goedgekeurd.  

Het agentschap maakt ten laatste op 30 april de beslissing over de subsidie bekend. De subsidie is van bepaalde duur. Ze kent een looptijd van drie of zes jaar. Een IOED levert een actuele omgevingsanalyse, een actueel onroerenderfgoedbeleidsplan en een meerjarenbegroting aan voor de subsidieaanvraag.

Er wordt vervolgens een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt tussen het agentschap en de IOED. Hoewel de regelgeving de samenwerkingsovereenkomst voorschrijft, vormt ze een mogelijkheid om aanvullend te zijn aan de regelgeving inzake afspraken over de rapportering of specifieke doelstellingen die niet zijn opgenomen in de regelgeving. De samenwerkingsovereenkomst kan bijvoorbeeld actuele uitdagingen bevatten waarop de sector tijdens een beleidsperiode wil inzetten, bv. klimaat, kernverdichting of slooppreventie.

Evaluatie

Vanaf 2027 stelt de regelgeving dat een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst inhoudelijke rapporteert in het tweede jaar van de lokale beleidscyclus (tussentijdse evaluatie) en in het vijfde jaar van de lokale beleidscyclus (eindevaluatie) rapporteert vanuit de erkenning. Voor de subsidie rapporteert de IOED jaarlijks. De IOED bezorgt deze rapporten uiterlijk 30 april aan het agentschap.

Inhoudelijke rapportage

De inhoudelijke rapportage staat in het teken van de uitvoering van het onroerenderfgoedbeleidsplan. De IOED geeft aan hoever die staat met het realiseren van de vooropgestelde strategische en operationele doelstellingen.

Momenteel werken we hard aan de sjablonen. Binnenkort kan je hier het sjabloon voor de inhoudelijke rapportage terugvinden.

Het sjabloon is een verlengstuk van de erkenningsaanvraag. Het bouwt  voort op het (actueel) onroerenderfgoedbeleidsplan.

De rapportage houdt een evaluatie in van elke strategische en operationele doelstelling. De IOED schrijft per doelstelling hoe deze loopt en of ze op schema zit. Optioneel kan een IOED ervoor kiezen om acties per doelstelling uit te schrijven. Als een IOED hiervoor kiest, is het belangrijk dat de IOED de samenhang tussen de acties weergeeft als ook hoe de acties bijdragen aan de realisatie van de overkoepelende doelstelling.

Financiële rapportage

De financiële rapportage staat in het teken van het aanwenden van:

  • de Vlaamse subsidie voor het betalen van personeel voor de IOED;
  • de eigen middelen voor de uitrol van het onroerenderfgoedbeleidsplan.

Momenteel werken we hard aan de sjablonen. Binnenkort kan je hier het sjabloon voor de financiële rapportage terugvinden.

Het sjabloon is een verlengstuk van de subsidieaanvraag. Het bouwt voort op de meerjarenbegroting.

De financiële rapportage houdt een overzicht in van de personeelskosten van personen in loondienst van de IOED. De financiële rapportage bevat eveneens een overzicht van de werkingskosten en de overige kosten vanuit het aantonen van de eigen middelen. Voor de werkingskosten is geen opsplitsing per kostenposten nodig. Voor het restbedrag van de eigen middelen maakt de IOED een onderscheid aan de hand van o.a. de gedefinieerde kostenposten. De lijst van kostenposten is niet exhaustief. Er kunnen kostenposten toegevoegd worden. Het moet wel duidelijk zijn dat de kostenpost verband houdt met het aanwenden van de eigen middelen voor de uitvoering van het onroerenderfgoedbeleidsplan. De kosten moeten niet opgedeeld worden volgens “project”, “event” of “doelstelling”.

Onder werkingskosten worden alle niet-aantoonbare of forfaitaire kosten begrepen. Deze zijn geplafonneerd op 9.000 euro per VTE in loondienst van de IOED of de overkoepelende IGS6. De werkingskosten zijn inclusief btw. De IOED moet niet rapporteren over deze kost. Onder werkingskosten wordt begrepen:

  • kost voor huisvesting, incl. huur, water, gas, elektriciteit, telefoon en internet;
  • kost voor sociaal secretariaat en boekhouding;
  • kost voor kantooruitrusting;
  • kost voor IT.

De overige kosten zijn niet geplafonneerd. De IOED moet weliswaar kunnen aantonen dat ze jaarlijks minstens 120.000 euro van de deelnemende gemeenten samen kreeg om eerst en vooral personeel te betalen voor de bezetting van de IOED en eveneens de uitrol van het onroerenderfgoedbeleid te bekostigen. Ook de overige kosten zijn inclusief btw. De IOED definieert in de meerjarenbegroting hoe de “eigen inbreng” wordt verdeeld over een reeks kostenposten, waaronder:

  • kost voor aannemingscontracten;
  • kost voor personeel (die niet gedekt zijn met de Vlaamse subsidie);
  • kost voor drukwerk;
  • kost voor publiciteit;
  • kost voor materiaal;
  • kost voor huur van terreinen en gebouwen (exclusief huisvesting);
  • kost voor opleidingen en seminaries;
  • kost voor representatie en onthaal;
  • kost voor documentatie/abonnementen;
  • kost voor verplaatsing (exclusief woon-werkverkeer);
  • kost voor overleg- en communicatie-initiatieven, die bijdragen tot de uitbouw of bevestiging van het maatschappelijk draagvlak.

Opvolging

Een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst kan terechtkomen in een opvolgingstraject als:

  • die niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden (dit is de formele ontvankelijkheids- en erkenningsvoorwaarden);
  • die niet voldoet aan de rapporteringsverplichtingen;
  • de rapportering manifest onduidelijk is; of
  • die onvoldoende aantoont dat hij de vooropgestelde doelstellingen heeft nagestreefd (dit is het niet uitvoeren van het onroerenderfgoedbeleidsplan
  • + het niet uitvoeren van de specifieke doelstellingen in de SWO);.