Werken aan vastgesteld erfgoed

Tot 1 januari 2023 heeft enkel de Vlaamse overheid de bevoegdheid om inventarissen onroerend erfgoed vast te stellen.  

Op 1 januari 2023 krijgen erkende onroerenderfgoedgemeenten de bevoegdheid om de inventarissen van bouwkundig en landschappelijk erfgoed op hun grondgebied vast te stellen en er toelatingsplichten uit een beperkte lijst aan te koppelen. De Vlaamse overheid blijft ook na 2023 bevoegd voor het vaststellen van het varend erfgoed, de landschapsatlas en de archeologische zones. 

Zorgplicht 

Voor de vastgestelde goederen uit de inventaris bouwkundig erfgoed, landschappelijk erfgoed en de landschapsatlas geldt een zorgplicht ten aanzien van administratieve overheden. Die moeten bij hun eigen werken of activiteiten zo veel mogelijk zorg in acht nemen voor de erfgoedkenmerken ervan en maatregelen treffen om de impact te beperken. 

Vastgesteld bouwkundig erfgoed

Voor niet-beschermd erfgoed dat is opgenomen op een vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed, gelden de volgende juridische gevolgen, die ook zijn ingebed in andere wetgevingen:

  • Voor gebouwen uit de vastgestelde lijst kan een bouwheer een afwijking vragen van de normen voor energieprestatie en binnenklimaat als dat nodig is om de erfgoedwaarde van het pand in stand te  houden (het Energiedecreet van 8 mei 2009). Meer informatie vind je op de website Energiesparen.be.
  • Zonevreemde gebouwen uit de vastgestelde lijst kunnen gemakkelijker een nieuwe functie krijgen.  Zo is het mogelijk dat een hoeve in agrarisch gebied een functie krijgt die niet agrarisch is (Besluit van 28 november 2003, art. 10).
  • Bij sociale woningen met erfgoedwaarde wordt sociale huisvesting door renovatie gestimuleerd. In de sociale woningbouw geldt dat de kosten voor renovatie beperkt zijn tot een prijsplafond. Dat maximum wordt bepaald op basis van een simulatietabel voor investeringsverrichtingen, opgenomen in de normen waaraan sociale woningen moeten voldoen. Gaat het om de renovatie van beschermde woningen of woningen op de vastgestelde lijst, dan gelden er specifieke afwijkingen. De normen zijn te raadplegen op de website van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW). (Procedurebesluit Wonen van 14 juli 2017)
  • Voor de sloop van een gebouw of constructie heeft de bouwheer een omgevingsvergunning nodig. Het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, stelt het oprichten van bepaalde constructies vrij van vergunning, en ook de sloop ervan. Daarnaast stelt dit zogenaamde vrijstellingsbesluit de sloop van vrijstaande bouwwerken en constructies in bepaalde gevallen vrij van vergunning. Die laatste vrijstelling geldt echter niet voor vastgesteld erfgoed. Als vergunningverlenende overheid moet je je beslissing over de sloop van een onroerend goed uit de vastgestelde lijst motiveren en in de beslissing aangeven hoe je de erfgoedwaarden in acht hebt genomen.
    Sinds 1 januari 2017 geeft het agentschap niet langer advies bij vergunningsplichtige aanvragen over gebouwen en constructies opgenomen in de vastgestelde Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed. Met de implementatie van het kerntakenplan werd beslist om dit over te dragen naar de lokale besturen.
    We maakten een leidraad om je te ondersteunen in de beoordeling van sloopaanvragen van gebouwen en constructies opgenomen in de vastgestelde Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed.
  • Erkende onroerenderfgoedgemeenten kunnen bij de vaststelling van de inventaris bouwkundig erfgoed kiezen om aan bepaalde goederen toelatingsplichten te koppelen. Het gaat dan bijvoorbeeld om specifieke werken aan het dak, de buitenmuren en het interieur, of het wijzigen van de aanleg van tuinen, parken en begraafplaatsen met erfgoedwaarde. De eigenaar vraagt die toelating rechtstreeks aan de erkende onroerenderfgoedgemeente, behalve als voor de handelingen in kwestie ook een omgevingsvergunning nodig is of een vergunning, toelating, machtiging, ontheffing of afwijking volgens het Bosdecreet of het Natuurdecreet. In die gevallen moet de overheid die de aanvraag behandelt het advies inwinnen van de betrokken erkende onroerenderfgoedgemeente. Is de gemeente zelf vergunningverlener, dan vraag je als omgevingsambtenaar advies aan je gemeentelijke onroerenderfgoeddienst of -ambtenaar. In al deze gevallen integreert je als vergunningverlener de toelating in de vergunning of machtiging.
    Op deze regel bestaat een uitzondering: als het vastgestelde goed ook beschermd is en vanuit die bescherming geldt eenzelfde toelatingsplicht, dan volg je de procedure voor advies bij beschermd erfgoed. Dat vraag je op bij het agentschap Onroerend Erfgoed. De toelatingsplicht bij de bescherming primeert dan op die bij de vaststelling.  

Vastgesteld landschappelijk erfgoed 

Vanaf 1 januari 2023 wordt de inventaris van het landschappelijk erfgoed in het Onroerenderfgoeddecreet geïntroduceerd, die de inventaris historische tuinen en parken, de inventaris houtige beplantingen met erfgoedwaarde, en de landschapselementen uit de Landschapsatlas integreert. 

  • Voor de kap van onroerend goed uit de vastgestelde inventaris landschappelijk erfgoed, zoals een boom met erfgoedwaarde, heeft de eigenaar mogelijk een omgevingsvergunning nodig. Als vergunningverlenende overheid moet je je beslissing over de kap van dat onroerend goed motiveren en in de beslissing aangeven hoe je de erfgoedwaarden in acht hebt genomen. 
  • Erkende onroerenderfgoedgemeenten kunnen bij de vaststelling van de inventaris landschappelijk erfgoed kiezen om aan bepaalde goederen toelatingsplichten te koppelen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het fundamenteel en structureel wijzigen van de aanleg van tuinen, parken en begraafplaatsen met erfgoedwaarde. De eigenaar vraagt die toelating rechtstreeks aan de erkende onroerenderfgoedgemeente, behalve als voor de handelingen in kwestie ook een omgevingsvergunning nodig is of een vergunning, toelating, machtiging, ontheffing of afwijking volgens het Bosdecreet of het Natuurdecreet. In die gevallen moet de overheid die de aanvraag behandelt het advies inwinnen van de betrokken erkende onroerenderfgoedgemeente. Is de gemeente zelf vergunningverlener, dan vraag je als omgevingsambtenaar advies aan je gemeentelijke onroerenderfgoeddienst of -ambtenaar. In al deze gevallen integreert de vergunningverlener de toelating in de vergunning of machtiging.
    Op deze regel bestaat een uitzondering: als het vastgestelde goed ook beschermd is en vanuit die bescherming geldt eenzelfde toelatingsplicht, dan volg je de procedure voor advies bij beschermd erfgoed. Dat vraag je op bij het agentschap Onroerend Erfgoed. De toelatingsplicht bij de bescherming primeert dan op die bij de vaststelling. 

Vastgestelde archeologische zones

Een bouwheer die werken wil uitvoeren in een vastgestelde archeologische zone, is sneller verplicht tot archeologisch vooronderzoek, al dan niet gevolgd door een opgraving.

Hij moet dan bij de vergunningsaanvraag voor werken aan een goed in een vastgestelde archeologische zone, een archeologienota laten opmaken en bij het aanvraagdossier voegen wanneer de totale oppervlakte van de ingreep in de bodem 100m² of meer beslaat en de totale oppervlakte van de kadastrale percelen waarop de vergunning betrekking heeft 300m² of meer bedraagt. Dit geldt ook wanneer de betrokken percelen slechts gedeeltelijk gelegen zijn in een archeologische zone die vastgesteld is.

Voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden is een ontwikkelaar verplicht om een archeologienota te laten opmaken en bij het aanvraagdossier te voegen wanneer de totale oppervlakte van de kadastrale percelen waarop de vergunning betrekking heeft 300m² of meer bedraagt. Dit geldt ook wanneer de betrokken percelen slechts gedeeltelijk gelegen zijn in een archeologische zone die vastgesteld is.

Op deze verplichtingen gelden enkele vrijstellingen. We stellen een beslissingsboom ter beschikking die ja kan helpen om na te gaan of een archeologienota verplicht is bij de vergunningsaanvraag die je moet behandelen.