Zorg- en motiveringsplicht voor administratieve overheden

Vertegenwoordig jij een gemeente, OCMW, overheidsdienst, provincie, …? Dan moet je rekening houden met de zorg- en motiveringsplicht uit de onroerenderfgoedregelgeving. Deze zorg- en motiveringsplicht is van toepassing op erfgoed uit de Inventaris voor het Onroerend Erfgoed dat na een openbaar onderzoek is opgenomen in een vastgestelde inventaris en op erfgoedlandschappen.

Concreet wil dit zeggen dat de zorg- en motiveringsplicht vandaag van toepassing is op:

  • De volledige vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed van de provincie Limburg (sinds januari 2018). (Het openbaar onderzoek voor de vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed van de provincie Antwerpen is momenteel afgelopen. Deze inventaris wordt binnenkort ook vastgesteld.)
  • De voormalige definitief aangeduide ankerplaatsen die nu zijn opgenomen in de vastgestelde landschapsatlas
  • De volledige vastgestelde inventaris van de archeologische zones
  • Inventarisitems uit de vastgestelde inventaris van bouwkundig erfgoed, uit de vastgestelde landschapsatlas, uit de vastgestelde inventaris van historische tuinen en parken, uit de vastgestelde inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde of uit de vastgestelde inventaris van varend erfgoed, die vastgesteld werden vanaf januari 2015.
  • Alle erfgoedlandschappen

Of een specifiek inventarisitem werd vastgesteld met een openbaar onderzoek, kan je raadplegen in het vaststellingsbesluit. Dit besluit kan je consulteren via de databank Aanduidingsobjecten in de Inventaris van het Onroerend Erfgoed.

Zorgplicht

De regelgeving omschrijft de zorgplicht als volgt:

Elke administratieve overheid neemt zo veel mogelijk zorg in acht voor de erfgoedkenmerken van onroerende goederen die opgenomen zijn in een aan een openbaar onderzoek onderworpen vastgestelde inventaris.” (Onroerenderfgoeddecreet artikel 4.1.9)

Zorgplicht betekent bij elke beslissing de reflex hebben om na te denken over de impact van die beslissing op het aanwezige geïnventariseerde erfgoed en zorgen dat die beslissing voldoende zorg in acht neemt voor dit erfgoed. Het inschrijven van die plicht in het decreet is in de eerste plaats een bewustwordingsinstrument. Van een administratieve overheid wordt dus een algemene zorg gevraagd voor de erfgoedkenmerken van onroerende goederen die na een openbaar onderzoek zijn opgenomen in een vastgestelde inventaris. Deze zorg kan vele vormen aannemen. Bijvoorbeeld de erfgoedkenmerken in acht nemen bij een inhoudelijke beoordeling van een bouwaanvraag.

Voor erfgoedlandschappen is de zorgplicht uitgebreid naar iedereen die werken uitvoert of daarvoor de opdracht geeft. (Onroerenderfgoeddecreet artikel 6.5.2)

De zorgplicht voor de administratieve overheden voor erfgoedlandschappen is in de regelgeving nog verder uitgewerkt:

De administratieve overheid mag geen werkzaamheden en handelingen ondernemen, noch toestemming of een vergunning verlenen voor een activiteit die een erfgoedlandschap geheel of gedeeltelijk kan vernietigen of die een betekenisvolle schade kan veroorzaken aan de erfgoedwaarden ervan.

De administratieve overheid moet in al haar beslissingen over eigen werken, over het verlenen van een opdracht daarvoor of over een eigen plan of verordening die een erfgoedlandschap nadelig kunnen beïnvloeden :

1° voorkomen dat aan erfgoedwaarden ervan, zoals bepaald in de vastgestelde landschapsatlas of in het onroerenderfgoedrichtplan dat van toepassing is, schade wordt veroorzaakt;

2° betekenisvolle schade aan de erfgoedwaarden zo veel mogelijk beperken door schadebeperkende maatregelen te nemen.” (Onroerenderfgoeddecreet artikel 6.5.3)

Als vertegenwoordiger van een administratieve overheid moet je dus zorg te dragen voor erfgoedlandschappen door schade zo veel mogelijk te voorkomen. Wil je in een erfgoedlandschap bijvoorbeeld een houtkant vellen, een bijkomend fietspad aanleggen of een spoorweg verbreden, dan moet je nagaan hoe je dit kan realiseren zonder het erfgoedlandschap te vernietigen of er betekenisvolle schade aan toe te brengen.

Motiveringsplicht

De regelgeving omschrijft de motiveringsplicht als volgt:

De administratieve overheid geeft in al haar beslissingen over een eigen werk of activiteit met directe impact op geïnventariseerd erfgoed aan hoe ze rekening heeft gehouden met de zorgplicht.” (Onroerenderfgoeddecreet artikel 4.1.9)

De motiveringsplicht geldt dus alleen bij beslissingen over een eigen werk of activiteit, in tegenstelling tot de zorgplicht die algemeen geldt. In de beslissing neem je op welke geïnventariseerde onroerende goederen directe impact ondervinden en, indien van toepassing, met welke maatregelen voldaan wordt aan de zorgplicht. (Onroerenderfgoedbesluit artikel 4.2.1) De opmaak van een MER voldoet aan de motiveringsplicht. (Onroerenderfgoedbesluit artikel 4.2.2)

Voor erfgoedlandschappen is de motiveringsplicht uitgebreid naar het verlenen van toestemmingen en vergunningen en de opmaak van verordeningen en plannen. (Onroerenderfgoeddecreet artikel 6.5.3) Uit de beslissing moet blijken dat de activiteit het erfgoedlandschap niet geheel of gedeeltelijk vernietigt of geen betekenisvolle schade veroorzaakt aan de erfgoedwaarden ervan. (Onroerenderfgoedbesluit artikel 6.7.1)  

Bij beslissingen over een eigen werk, het verlenen van een opdracht daarvoor, een eigen plan of verordening moet je aangeven hoe je voorkomt dat er schade wordt berokkend aan de erfgoedwaarden ervan, zoals bepaald in de vastgestelde landschapsatlas of in het onroerenderfgoedrichtplan dat van toepassing is of wanneer er betekenisvolle schade aan de erfgoedwaarden optreedt, welke de schadebeperkende maatregelen zijn. (Onroerenderfgoedbesluit artikel 6.7.2) De opmaak van een MER voldoet ook hier aan de motiveringsplicht. (Onroerenderfgoedbesluit artikel 6.7.3)

Een vergunningverlenende overheid is altijd verplicht om haar beslissingen in kader van vergunningsaanvragen en dergelijke waarbij waardevol erfgoed betrokken is, te motiveren. (volgens de Wet van 29 juli 1991 betreffende de motivering van bestuurshandelingen) Dus ook wanneer enkel de zorgplicht geldt vanuit de onroerenderfgoedwetgeving, zal de vergunningverlenende overheid haar beslissing moeten motiveren. Volgens de VCRO zijn cultuurhistorische aspecten een criterium om de goede ruimtelijke ordening te beoordelen (VCRO artikel 4.3.1.§2). Met de zorg- en motiveringsplicht uit de onroerenderfgoedwetgeving benadrukt de wetgever het belang van erfgoed voor de leefomgeving van haar burgers en verankert hij het bewust omgaan met erfgoed in de wetgeving.

Sloop of kap

Voor de sloop van een onroerend goed opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed of voor de kap van een onroerend goed opgenomen in de vastgestelde inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde, wordt de motiveringsplicht extra benadrukt in het Onroerenderfgoedecreet (artikel 4.1.10). Met andere woorden: ook zonder openbaar onderzoek geldt de motiveringsplicht voor heel de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed en de vastgestelde inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde.

Als er dus voor de sloop van een gebouw uit de vastgestelde lijst of voor de kap van een item uit de vastgestelde inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde een vergunning nodig is, dan moet je je beslissing motiveren en in de beslissing aangeven hoe je de erfgoedwaarden in acht hebt genomen. We maakten een leidraad om je te ondersteunen in de beoordeling van sloopaanvragen van gebouwen en constructies opgenomen in de vastgestelde Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed